NVB 09 : Andrew Keen over Digital vertigo

4 Reacties

Andrew Keen is niet vies van een beetje publiciteit. Maar al te democratisch moet het  misschien ook niet worden: in The Cult of the Amateur (de Nieuwe Reporter nav zijn tour door Nederland in 2008) trekt hij ten strijde tegen de Web 2.0 cultuur. Blogparty heeft ’t gelezen en er heeft er mooie recensie over geschreven.

Tot mijn verbazing reageerde hij een 2 jaar nadat Twitter in de wereld kwam daar ineens wel positief op (NextWebt:)  web 2.0 is dead long live twitter,  en Twittert hijzelf ook lustig mee. Ik kan dat niet helemaal rijmen, maar dat zal wel aan mij liggen. Zie ook de DutchCowboys daarover.

Wat heeft hij ons te vertellen vandaag? Uit het programma:

11.45-12.30 uur – Subkeynote Andrew Keen (auteur van ‘Cult of the amateur’) over ‘DIGITAL VERTIGO: Inequality, anxiety and loneliness in the social media age’.
The digital utopians of Silicon Valley believe that the Internet is creating more political democracy, a more revealing media and a richer culture. Andrew Keen argues that the reverse is actually true. Explaining that the early 21st century Internet social media revolution represents a socio-economic event as wrenching as the mid 19th century industrial revolution, Keen shows that today’s digital revolution is both a cause and an effect of our increasingly frenetic, atomized and unequal existences. Outlining the evolution of the Internet over the last twenty five years, Keen offers both a detailed prognosis of what’s gone wrong as well as some practical solutions to the cultural, political and social woes of the digital age

We zullen zien …

Begint met: omdat er zoveel librarians in de zaal zitten kan-ie geen dingen verzinnen.

Hoe zijn ‘Cult’ boek  de laatste jaren is vergegaan,  is het bewijs dat hij gelijk had. Web 2.0 loopt op zijn einde. (heu?)

Social media age  daar leven we nu in.

Bij de grote vendors lever je eigenlijk je eigen sociale content aan. Wat is daar eigenlijk zo bijzonder aan? Is dubbel ironisch: ‘the crowd does the eductation’, je hebt niet je eigen coach nodig. De echte ironie is de parallelle wereld van jezelf en het netwerk.
Paradox van individu en de sociale media, sociale media bestaan uit individuen.  Het heeft als zodanig niet te maken met de maatschappij, maar is zelfs meer oorzaak van het afbreken  van de maatschappij zoals we die kennen.

In zijn 1e boek verweet hij alles aan het internet: dat ziet hij nu als een val. Het is niet het internet dat onze cultuur om zeep helpt.  Want dat zou beteken dat de technologie de maatschappij definieert en dat is natuurlijk veel te kort door de bocht.

Sociale media zijn oorzaak en gevolg van het instorten van onze cultuur, onze maatschappij is bezig het internet om zeep aan het helpen.

‘Challenge to authority’ op allerlei terreinen, dat kun je t internet niet verwijt.

Het boek van Fred Turner: ‘From counterculture to cyberspace’:  is goede introductie in de culturele structuur van het internet.

Internet komt voort uit ideologie. Internet heeft geen centrum, je kunt de architectuur niet veranderen.

Democratie in de 21e wordt ondermijnd. ‘Libraries have no future‘, als  je Turner leest dan begrijp je hoe het in elkaar steekt: internet daagt de autoriteit uit.
Culturele rebellie tegen van alles en nog wat en met name Web 2.0.  Op wikipedia probeert elke 15 jarige zich voor te doen als een professor.

De droom van de anarchist:

  • Geen regels
  • Geen grenzen
  • Breakdown of authority

Wat blijft er dan nog over? Toch niet zomaar chaos zegt hij maar  A new chaotic order.

Social media (Flickr, Twitter, LinkedIn)  zijn vervanging van … (wat? de maatschappij zoals hij nu bestaat?)

Digital Darwinism: iedereen Twittert en zit op Facebook, maar sommigen zijn vrijer dan anderen. Die netwerken lijken allemaal erg op elkaar en deze systemen vechten om de macht. Gevaarlijk zijn ze! Ze zijn niet van ons, de meesten van ons zijn maar followers.  De machtisintituten van de 21e eeuw zijn helemaal niet sociaal, maar zorgen voor een ongelijke wereld.

Het is kinderachtig om te zeggen dat het internet ons ombrengt, maar het brengt ons ook geen redding.

Hoe ga je overleven als librarian als de organisaties verdwijnen: iedereen heeft dan een eigen netwerk en je wordt elkaars concurrent.

Attention and reputation, aandacht en reputatie, daar gaat het om. Het het sysreem is juist tegen charisma en grote spelers.

Vanuit individu ervaart men druk om mee te doen, tijd t ebesteden,  aan dit soort netwerken in plaats van dingen te doen die je eigenlijk zou willen doen. Je hebt geen keuze meer.

Door deze vlakke wereld worden de netwerken de plaats waar je hoort te zijn, er is geen keuze meer:. Nachtmerrie: we worden allemaal gedwongen een ‘brand’  te zijn en ons te verkopen.

De staat is aan t verdwijnen: we zijn zelf big brother geworden, big brother is the netwerk.

We moeten zorgen de baas over deze technologie te worden, in plaats van dat ze ons de baas wordt, om te voorkomen dat we steeds eenzamer worden.

De massamedia van vorige eeuw waren democratischer dan waar we nu in belanden: steeds minder mensen hebben toegang tot betrouwbare informatie, maar wel tot heel veel onbetrouwbare en onnuttige info.

We geven zelfs onze privacy op en laten alles over onszelf zien: wij produceren de informatie, zijn de producers, de filmstudio en het onderwerp.  Waar trek je de streep, hoe kun je jezelf van het netwerk afzonderen.

Vraag: ben je niet te negatief?

Antwoord: ik stel vragen. Ik ben niet tegen vooruitgang.

——————

Lastig te volgen, hij is me wat te nadrukkelijk: grappig wat tweeps over hem zeggen.

Hij geeft ons n og een heel aardig complimentje achteraf via Twitter:

ajkeen: Librarians give the best audience #nvb09 especially Dutch librarians


Advertenties

Internet masterclass zoektechniek

13 Reacties

Op 12 december 2008 heb ik, met 12 collega’s, de GO masterclass zoektechnieken gevolgd. Jeroen Bosman was de docent en hij deed het leuk, met een goede mix tussen plenaire sessies en hands-on oefenen: afwisselend eerst de theorie en daarna voor ieder een eigen computer met een aantal oefeningetjes.

Hoofdzaak
Natuurlijk weet ik best wel wat van zoektechnieken, van bestanden en zoekmachines, maar eigenlijk grijp ik in de dagelijkse praktijk teveel terug op Google en denk te weinig aan andere mogelijkheden.  Van de anderen hoorde ik eenzelfde reden om deze cursus te volgen: verder denken dan alleen standaard Google.
Eigenlijk is dat ook van groot belang voor succesvol zoeken: het proces dat zich in je hoofd afspeelt!
De meeste zoekmachines en behandelde websites kende ik al, maar ik heb toch weer wat belangrijke zaken geleerd:

  • Translated Search kende ik niet en daar ga ik nog een aparte post aan wijden,
  • het enorme verschil dat op kan treden bij de wijze van aanpak, gebruik van en de toevoegingen aan zoektermen,
  • een paar sites die ik al een poos niet gebruikt had heb ik opnieuw in ere hersteld,
  • paar tips opgedaan voor manipuleren met termen die ik niet kende,
  • gebruik van Thumbshots ranking als illustratie bij training in informatievaardigheden,
  • het was goed er eens een hele dag mee bezig te zijn geweest.

en als huiswerk heb ik het dan hieronder samengevat, voor mezelf natuurlijk, en op verzoek van Laika en Wowter 😉 :

Zoekexpert
Een zoekexpert heeft kennis van het onderwerp, van bronnen en zoektools, weet met taal en logica om te gaan, en vooral: reflecteert op het eigen zoekproces.
Als zoekexpert hou je rekening met recall-killers (verkeerde bron, ontbrekende elementen, woordvariant- en spellingfouten) – en precision-killers (verkeerde termen, ontbrekende inhoudelijke relatie, metatags).
Je weet van webzoekmachines en hoe ze werken:

  • dat de positie van je zoekterm op de pagina uitmaakt,
  • dat de indexen gedistribueerd zijn opgeslagen,
  • dat taal en land interfaces van enorme invloed zijn,
  • evenals de taal of het land van de bron
  • of de taal van de zoekvraag,
  • net als eventueel bewaarde zoekacties als je ingelogd bent,
  • en dat de resultaten in de loop van de tijd sterk kunnen afwijken.

Over deze taal en land afwijkingen had Karen Blakeman het ook tijdens de ILI2007 en deze onduidelijkheden worden de laatste tijd groter.

Kies bij voorkeur altijd voor de  ‘Advanced Search’. Eigenlijk is dat de verkeerde naam: voor gebruik van een enkel zoekvakje moet je eigenlijk veel meer van het systeem weten, niet minder 😉 .

Webzoekmachines
Zoekmachines vertellen nooit hoe ze precies werken, ze laten ook niet meer dan 1000 hits zien.
Google indexeert nog steeds niet alles volledig: aan PDFs kun je soms via de in de cache opgeslagen html code zien tot hoever ze geïndexeerd zijn.  Google herindexeert wel, maar eenmaal in de index opgenomen zullen PDFs niet snel opnieuw geïndexeerd worden.
Denk eraan dat er gezocht wordt in een pagina, niet in een website: een onderwerp kan verspreid over meerdere pagina’s staan, dat beïnvloedt het resultaat.
Dat de meesten van ons standaard Google gebruiken is niet erg: het is nog steeds de beste algemene zoekmachine, en de eerste keus in vele gevallen .
Meer dan 15% van de webpagina’s (let wel, dat is dus het zichtbare web)  zit in geen enkele zoekmachine, Google komt maximaal aan ca 75%, de dekking is zeer ongelijkmatig. Via een website als Thumbshot ranking kun je zien hoe zoekvragen zich verhouden tussen de verschillende zoekmachines maar ook binnen een zoekmachine met lichtelijk afwijkende termen. Zoek maar eens naar:  “climate change” vs “changing climate” alletwee in Google en kijk naar (het ontbreken van) de overlap,  of vul twee woorden in omgekeerde volgorde in (bv  China Netherlands vs Netherlands China): schokkend te zien hoe de ranking daarmee anders wordt . En de meeste mensen kijken niet verder dan de eerste paar pagina’s.
De grote aantallen die zoekmachines geven zijn schattingen: hoe groter, des te grover.

Zoektermen
Probeer te denken welke termen in het document dat je wilt vinden zullen staan, denk aan spellingsvarianten, voeg synoniemen toe, denk aan truncatie (in Exalead). Maak gebruik van thesauri om het juiste woord te vinden, eventueel kun je ook van je tekstverwerker synoniemen te weten komen, gebruik slang, of kijk naar wat er gesuggereerd wordt.
Gebruik een proximity operator (NEAR bij Exalead) of een wildcard (* bij Google en Yahoo!) of een wildcard.
Weet wanneer je wel en wanneer je beter geen quootjes  om een phrase kunt zetten.
Bij systemen die Booleaans of probabilistisch werken kun je ongestraft meer termen invoeren (“any of the terms”).
Een methode is ook om een aantal termen op de sommen om zo generiek te zoeken.
De laatste paar maanden is er wat raars aan de hand met Yahoo! : ook dit keer hadden we een zoekactie waarvan het resultaat meer dan 10x zo groot was als Google, dat kan niet kloppen.

Leestekens en datum
Je kunt voorkomen dat een fuzzy zoekmachine trunceert door er “” omheen te zetten, of een + ervoor.
In Google  kun je  zoeken op een range: 100..200,  voor bedragen bijv ook met  $ ervoor: $100..$150 werkt wel, maar met de euro gaat het niet goed €100..€150 levert niet echt een goed resultaat.
Je kunt deze optie ook gebruiken om op jaartallen te zoeken:
1999..2008. Erg goed werkt het niet trouwens, want deze getallen staan misschien wel in de pagina maar hoeven helemaal niet op jaren te slaan.
Elke pagina heeft een datum wanneer deze is geïndexeerd en die wordt vaak genoteerd via de juliaanse kalender: daar valt op te zoeken bij Google met daterange: (biblioblogs daterange:2454251-2454830). Maar dan heb je dus wel de datum dat Google hem geïndexeerd heeft: dat wil dus helemaal niet zeggen dat dat ook de datum is waarop de pagina is gemaakt. Exalead heeft netjes een veld daarvoor.
Getallen werken net als woorden, maar gebruik als decimaal geen komma (=spatie), punt mag wel.
Zoeken naar leestekens zelf kan niet.

Backlinks
Wie verwijst er naar een bepaalde site? Dat zegt wat over die site. Daar kun je achter komen door bij Google of Yahoo! in het zoekvakje in te vullen:  link:nlbiblioblogs.pbwiki.com/ .
Uiteraard heeft Google Scholar, en in enige mate Google Books, ook een citatie optie: dat zijn ook backlinks.

Andere zoekmachines
In wezen bestaat Google tegenwoordig uit een groot aantal afzonderlijke zoekmachines: voor web, images, video, blogs (Jeroen wijst erop dat we uit blogs ook wetenschappelijk nieuws kunnen halen 😉 ), news, etc. Ze zijn lang niet allemaal opgenomen in de web module.
Er zijn nog wel metasearchmachines, maar eigenlijk raak je daarmee alle geavanceerde opties kwijt: gebruik ze om de speld in de hooiberg te vinden. Ixquick is er een uit Nederland die prijzen heeft gewonnen: ik vind hem er niet zo mooi uitzien, en bovendien zit Google er niet bij, maar je zou hem als aanvulling daarop kunnen zien. Zelf gebruik ik nog steeds bij voorkeur PolyMeta, maar ook maar heel zelden.
Als je zoekt naar plaatjes is het wel aan te bevelen om meer zoekmachines te gebruiken. Plaatjes zoeken blijft wel een probleem: misschien moet je het in de ”content based’ zoekmethode van  Tiltoma proberen, maar dat werkt ook lang niet perfect.
Echt gespecialiseerde zoekmachines zijn bijv Scirus (vink de Elsevier artikelen uit en je houdt websites over) en  Scientific Commons, of je kunt er zelf een maken met Google CSE, zoals onze nl biblioblogs (glim glim) .
En tot mijn schande was ik Intelways vergeten:  wat handig toch, al die opties bij elkaar, hij staat nu weer op mijn linkbalk!

Diepe / onzichtbare web
Er is veel meer onzichtbaar dan zichtbaar, ofwel klikkend dan zoekend.  Sommigen zeggen dat het zichtbare web maar 1% van het totaal is, andere schatten dat op 20%. Feit blijft dat het grootste deel niet zonder meer vindbaar is, en dat wil je ook niet. Stel je voor dat alle bibliotheekcatalogi in een Google zoekactie gevonden zouden worden:  dat kan dan beter afgevangen worden door een enkel resultaat in Worldcat bijv.
Kortgeleden is Deepdyve gelanceerd als diepe-web zoekmachine: dat is veelbelovend, maar op dit moment nog niet voldoende.
Zelf mag ik graag Science.gov gebruiken: die is erg goed tegenwoordig.

Google tips

  • zet bij de preferences de resultaten op 100: hoef je niet zoveel door te klikken
  • gebruik Booleaanse operatoren altijd met hoofdletters
  • je kunt in G wel Booleaanse operatoren binnen een phrase gebruiken “fiets OR rijwiel” meestal is dat niet toegestaan
  • de volgorde van de woorden is van invloed op de ranking
  • gebruik tijdens zoekactie meermalen hetzelfde woord om de ranking te beïnvloeden  (vgl “amsterdam amsterdam amsterdam bibliotheek” en “amsterdam  bibliotheek”)
  • taal instellen: via advanced search maar 1, doe dat dus bij voorkeur bij preferences: dan kun je er meer dan een nemen
  • zoek naar synoniemen door een ~ voor het woord te zetten: let wel, dat kan wel erg breed opgevat worden
  • searchwiki: als je ingelogd bent kun je zoekresultaten sorteren

Tot slot
Waarom dit nu  weer ‘masterclass’ genoemd?  Bij die term denk ik eerder aan een bekende muzikant die leerlingen laat voorspelen, en dat dan bespreekt …  Voor de muziek een goede term, maar in ons vak lijkt me niet: zeg maar gewoon cursus, of desnoods, workshop 🙂 . En ik kan hem aanbevelen.

November 2008 aan de hand van de Tweets

3 Reacties

Sociale media worden steeds belangrijker: voor de verkiezingen in Amerika was in de Twitter community veel aandacht, een aantal verontruste NVB-leden heeft een wiki en NVB2.0 (yes!) opgericht, de Fobid studiedag was via Twitter en Ustream te volgen.

Gmail heeft thema’s ingevoerd: grappig is wel dat je een woonplaats moet invoeren en aan de hand daarvan een andere invulling van het thema krijgt: ‘bus stop’ is in Australië zonnig en in Amsterdam regenachtig 😉 .

November werd privé overheerst door het afscheid van onze hond Polly en verder door het gedoe op mijn werk over de toekomst van onze bibliotheek (zo’n langdurige onzekerheid is niet goed voor een mens).

Zo’n terugblik op de maand bevalt me wel, zie hieronder wat in de filter is blijven hangen en mijn kijk er nu op:

Bibliotheek

Google

Internet

Lezen / Wetenschap

Twitter

  • OpenID van myvidoop (voor Twitterfeed verplicht): vergeet niet om ‘this is my computer‘ aan te vinken bij het aanmelden, anders moet je steeds een registratiecode aanvragen
  • Twitter Gives Japan Groups, Turns Delete Off Briefly.  ReadWrite Web. Er was wat commotie over het (tijdelijk) niet kunnen verwijderen van Tweets: maar dat verwijderen heeft evengoed weinig zin, want je haalt ze alleen maar uit je eigen lijst. In de centrale database blijven ze aanwezig en ze zijn dan ook via Summize gewoon terug te vinden. Je kunt daarin wel niet verder terug dan 6 maanden, maar of dat zo blijft is onduidelijk.
  • Problogger klaagde erover dat zijn oude tweets weg waren: je kunt maar een beperkt aantal pagina’s terug in je eigen berichten: het maximum aantal pagina’s is 160: 3200 tweets per persoon. Of ze dan ook echt helemaal weg zijn is natuurlijk ook maar de vraag. Web 2.0 geeft een hoop rotzooi.
  • Qwitter is bad for everyone : Als je qwitter zoekt bij TwitterSearch zie je zo waarom het een slecht idee is: de meesten voelen zich minimaal onprettig na een mailtje dat iemand zich heeft afgemeld als follower. Niet doen dus!
  • Goede tips wat je wel en niet moet doen met Twitter gebruik Mashable
  • Tagthis makes information flow from Twitter to other webapps. Free your tweets! Overigens ben ik niet zo blij met Delicious meldingen in Twitter
  • 10 tips for Beginners who are just getting into Twitter, zie ook de ander Twitter tips van TwiTip

Web 2.0

Zoeken

OCN2008: 3 Erwin Blom keynote The Crowds

7 Reacties

Toch maar naar de Keynote van Erwin Blom van ‘bibliotheek 2.0 is happening’. Het was leuk ook om een groot aantal mede bibliobloggers daar te ontmoeten, al was het soms maar kort en in het voorbijgaan.

Gepikt van Wowter:

Erwin Blom werkte tot voor kort als hoofd van de afdeling digitaal bij de VPRO. Dit jaar richtte Blom samen met Wessel de Valk en Idse de Pree The Crowds op, een bedrijf dat zich specialiseert in ‘social media’. Daarnaast blogt Blom op Checklist, maar is vooral actief op Twitter, waarvoor hij dit jaar een Dutch Bloggie won. Daarnaast houdt hij ook wel van lezen en kom je wat meer over hem te weten op LinkedIn, Pipl of WieOWie.

Erwin heeft bij afscheid van de  VPRO een boek gekregen met zijn eigen Twitter berichten: ‘printing on demand’ met  oplage = 1, alleen maar leuk voor hemzelf. Maar anderzijds zitten er meer aspecten aan dat publiceren van boeken:

  • je betaalt ook regelmatig meerdere keren voor eenzelfde boek, of versies van een boek
  • hebben bijv de schoolkinderen veel boeken nodig en slepen met veel te zware tassen terwijl je op e-readers ook veel teksten in een kleine ruimte kwijt kunt. Wat ook handig is voor vakantie bijv.

Internet neemt alles over: Internet is niet een hype, maar is ‘underhyped’ volgens Peter Schwartz. Je kunt bijna niet meer zeggen wat internet is., want: alles gaat via internet tegenwoordig: banken, reizen, boeken, contact, tv, telefoon. Internet = Distributiemedium.

Creation:

  • Maakt einde aan schaarste, goedkope productiemiddelen, publiek consumeert en produceert massaal. Hoeveelheid informatie is bizar: publiek is massaal aan het digitaliseren geslagen (oude tv opnames bijv) wat officiële organisaties zouden moeten doen. Op YouTube komt er elke minuut 13 uur film bij! Voor audio is  zo’n medium er eigenlijk niet, vandaar dat er komt ook steeds meer oude muziek op YouTube beschikbaar komt: het publiek gaat altijd iets anders ermee doen dan jezelf had bedacht.
  • Zijn belangrijkste bronnen zijn blogs: daar zitten mensen die ervan af weten en passie voor een onderwerp hebben.
  • advies: maak veel beschikbaar, en zorg dat het vindbaar is.
  • Bibliotheken = longtail avant la lettre.
  • Kracht van internet = data: je kunt leren van waar mensen mee bezig zijn door naar hun zoekvragen te kijken: waar ligt de interesse van publiek.

Communicatie is belangrijkste rol van internet

  • tweewegverkeer
  • klassieke media zijn ingehaald
  • netwerken: hyves, linkedin,facebook, ning, schoolbank, twitter etc
  • we zijn met zijn allen bijna constant online (maar let wel: je kunt het ook uitzetten!); je weet waar mensen zijn, waar ze mee bezig zijn. Je raakt toch wat vervreemd van vrienden die daar aan niet aan meedoen en die je maar een paar keer per jaar ziet: van je online ‘vrienden’ weet je per uur wat ze doen, van de andere vrienden is de actuele informatie soms 4 maanden oud…

Wat betekent dat:

  • van publicatie naar conversatie, van zenden naar gesprek. Michael Arrington van Techcrunch gaat discussies aan met de mensen die op zijn blog reageren. Als je niet bereid bent dat te doen, heeft dat voor E ook niet meer de moeite om er nog naar dat blog te te gaan: is essentieel dus. Voorbeeld aankondiging boek dat je gaat uitgeven (Global Neighbourhoods): vragen om commentaar: boek wordt beter en je gaat er straks meer van verkopen.
  • maak gebruik van deskundigheid van publiek: dat heeft een andere meerwaarde dan die van de professionals. (E gebruikt liever geen term als ‘amateurs’  want eigenlijk zijn het geen amateurs maar deskundigen die er niet voor betaald worden)
  • je kunt het beste halffabricaten publiceren: als je een vraag hebt, zou je die op je blog kunnen zetten: er zijn altijd weer mensen die dingen weten of ideetjes hebben die jezelf niet had. Daaruit blijkt ook de waarde van opgebouwde sociale netwerken: je kunt er met zijn allen beter en slimmer van worden. Reacties zijn belangrijker dan het aantal mensen dat je blog leest.
  • alles is meteen openbaar
  • Pocketinfo: site voor mensen met PDAs: dit soort sites worden vraag en antwoord databases, en Pocketinfo verkoopt die database weer aan Nokia bijvoorbeeld.

Collaboration: samenwerking, eigenlijk komt dat ook al in bovenstaande voor, loopt in elkaar over

  • UserVoice: suggesties van publiek, ‘het is jammer  dat dit niet kan’, ‘zou het niet handig zijn als dat wel kon’ ed. Mensen betrekken waar je mee bezig bent, werkt erg goed
  • waarneming.nl mensen vertellen welke vogels, planten ed ze gezien hebben
  • vangstenregistratie registratie van visvangst, optelsom geeft ontwikkeling visstand: bijproduct van dit soort info verzamelen
  • tags laten geven door mensen die ermee bezig zijn heeft een belangrijk voordeel,  bijv omdat volwassenen niet altijd weten welke termen de jeugd gebruikt voor bepaalde zaken!
  • gemeente Smallingerland laat publiek meedenken over wijk
  • ook user-generated content als een redactie vraagt om wetenschappers te vertellen over wat ze bezig houdt, filmpjes laat maken en zo (IJzingwekkende wetenschap)
  • goldcorp was ten dode opgeschreven, totdat ze publiek vroegen: ‘waar denken jullie dat het goud zit’. Je kunt veel leren van bedrijven in een andere niche, soms meer dan van bedrijven die in dezelfde branche zitten.
  • tomtom: laat mensen eerst wat betalen, vraag daarna om gegevens om product beter te maken. Sterk concept

Personalisation

  • schaarste in tijd is er nog wel, zorg dat je gerichte info krijgt via RSS, netvibes, startpagina’s (ziet er niet uit, maar zijn wel bijeengeraapt door mensen die er verstand van hebben) vooral voor kleine doelgroepen kun je daar behoorlijk geld mee verdienen.
  • buurtlink haalt veel info uit buurt bij elkaar

Wat betekent dat:

  • hapklare brokken, maak losse componenten, maak het zo klein mogelijk
  • ga naar de user toe, zorg dat je op hyves zit als je publiek daar zit, leer je publiek kennen, benader ze rechtstreeks, maar op een waardevolle manier (niet spam!) voorbeeld; Amazon
  • geef publiek vrijheid om ermee te doen wat ze willen, vertel hoe je spullen in elkaar zitten. Voorbeeld: flickr
  • produceer op maat

Localisation

  • dankzij mobiel alles bij elkaar. voorbeeld: Iphone. User interface gaat eindelijk beter werken, flat fee: je betaalt een bedrag per maand en that’s it. Ga er wel niet mee naar het buitenland, want dan lopen de kosten enorm op.
  • mobiel: weet wie je bent en waar je bent
  • altijd contact, je weet ook waar anderen zijn

Wat betekent dat:

  • maak je mobiel lokaal relevant, zowel voor wat je zelf zendt als wat je ontvangt
  • aan Google vragen stellen via sms (kan nog niet in NL)

Uitsmijter filmpje met quoot: Internet  = belangrijkste uitvinding sinds de uitvinding van de taal

Conclusie: leuk verhaal, de moeite waard