Thieme Hennis: TU Delft PhD community

3 Reacties

Thieme HennisTU Delft PhD community; een sociaal onderzoeksnetwerk

Ha, eindelijk iemand die ResearchGATE kent: daar ben ik nou echt benieuwd naar, ik hoop dat hij daar ook iets over zegt.  En hoe ze dat aangepakt hebben.  Thieme’s profiel daar.

De TUDse PhD online community zit zo te zien op de site van de universiteit zelf.

Hoe kan een social network een bijdrage leveren aan onderzoek? Eind 2008 werd er bij de TU Delft een sociaal netwerk voor promovendi (ook: PhD-studenten) gelanceerd. Dit platform biedt promovendi de mogelijkheid een academisch profiel aan te maken en informatie uit te wisselen over onderzoek, sociale activiteiten of issues, en evenementen. De doelstellingen voor het promovendi-netwerk zijn onder andere:
• Het verbeteren van de transparantie van PhD-onderzoek in Delft, zowel intern als naar buiten toe.
• Het ondersteunen van sociale interactie tussen promovendi.
• Het bieden van een sociaal platform met een professionele identiteit.
Thieme Hennis zal het hebben over de voorlopige resultaten, feedback door gebruikers, en hij zal zijn licht laten schijnen op de mogelijkheden van soortgelijke netwerken met betrekking tot het ondersteunen of misschien wel veranderen van onderzoekswerk.

Thieme is bedrijfskundige: op bijna alle netwerken schrijft hij zich wel in om te kijken hoe het werkt, vaak eendagsvlieg. Moet nut hebben wil hij er actief mee bezig zijn. Hij werkt bij PEERS: biedt ondersteuning aan hele specifieke doelen.

Gaat laten zien waarom het mis is gegaan met wat misschien wel geen sociaal netwerk is wat hij zo zal laten zien 😉   . Benieuwd.

Wat kunnen  sociale netwerken veroorzaken:

  • sociale cohesie
  • samenwerking
  • reactievermogen
  • leren
  • transparantie

het kan inderdaad, maar het is wel heel MOEILIJK.

PhD netwerk:

  • paar maanden geleden opgezet op vraag van universiteit zelf
  • doelstellingen: groei was groot, meer transparantie nodig, meer ondersteuning, ook als ze klaar zijn graag duurzame relatie met TUD, etc
  • 350 geregistreerde leden (kwart van allen)
  • meesten kijken heel weinig op de site
  • en heel weinig zetten er wat op (maar dat is eigenlijk normaal)

Wat vonden de PhD er zelf van

  • wat wilde men delen: wel info over werk, research maar weinig over sociale zaken
  • wat wilde men vinden: alumni, vaardigheden op arbeidsterrein, maar weinig sociale interesse
  • de meesten hadden al veel sociale netwerken, wilden niet nog meer

Waarom is het geen succes geworden?

  • design-for-sociality: de sociale omgeving moet je ondersteunen
  • te weinig specifiek gericht op onderzoek
  • navigatie niet eenduidig, overzichtelijk
  • (procesmatig & qua organisatie was er ook wat mis, maar mijn aandacht is ook wat verslapt)

Aanbevelingen oa:

  • luister goed naar waar er behoefte aan is
  • vraag het de eindgebruiker
  • communiceer duidelijk
  • ga samenwerken

————————

Ref over sociality:

  • The Realm of Sociality: Notes on the Design of Social Software / Wim Bouman, Tim Hoogenboom, René Jansen,
    Mark Schoondorp, Bolke de Bruin and Ard Huizing. 2008
Advertenties

René Jansen: Ik ruik mensenvlees

Laat een reactie achter

René Jansen Ik ruik mensenvlees – enterprise social networking in de praktijk

Hij is een adviesbureau WinkWaves begonnen. Website.


De mens is de drijvende creatieve, innoverende kracht van een organisatie. Social networking en kennismanagement 2.0 blijken heel goed aan te sluiten op de vluchtige en vaak toevallige ontmoetingen waarin kennis tot leven komt en creativiteit de ruimte krijgt. In deze presentatie vertelt René Jansen over de ervaringen met social networking en kennisdeling bij een diversiteit van Nederlandse organisaties. De sleutel tot succes: je moet het mensenvlees kunnen ruiken!

Heeft meer met kleine netwerken waar hij actief in kan zijn dan in die hele grote als Facebook of Hyves. Vraag is: hoe maak je dat tot een succes.

Verhaaltje over paarse krokodillen, grensbewakers en ergens komen dan de kenniswerkers en McKinsey.  In 30 seconden kan hij switchen tussen strategisch belang van sociale media en manier waarop een organisatie georganiseerd is.

On-navertelbaar, daarom maar wat kreten:

  • Er zijn nog minder antropologen dan ICTers in de zaal.
  • We hebben een chief communication officer nodig (Rita heeft zich al aangemeld) : ondersteuning van gesprekken
  • Met slechte koffie presteer je minder dan met goede: daar, bij koffieapparaat los je zaken op
  • Ze (Wink) voelen zich dinosaurus van de sociale media: ze bestaan al drie jaar

Waar ga je sociaal netwerken. In de werkelijke wereld laat je nooit alles tegelijkertijd van jezelf zien, maar slechts een deel:

  • (initiatief bij gemeente Nijmegen) voor jongeren met schulden hebben ze een  Hyves opgericht waar eigenlijk erg weinig gebeurt.
  • Huiselijk geweld site met slachtoffers en plegers, daar gebeurt wel veel.

Hoe komt dat.  Heeft te maken met hoe je zichtbaar bent: bij Hyves gaat het voornamelijk om de lol, daar ga je niet over moeilijkheden praten, maar over wat je voor  leuks in ’t weekend gedaan hebt.  Bij de andere site ben je met anderen waar je allemaal klein stukje van jezelf over een soortgelijk onderwerp laten zien.

Symbolen: rode roos geven = ik hou van je.  Bij sociale media zie je hetzelfde: doel is niet eenduidig, de mensen zijn tamelijk vrij om te kiezen wat ze er doen en de sociale media krijgen daardoor betekenis in het gebruik. Is eigenlijk heel interessant.

Hoe kun je mensen  vinden en onderling verbinden?
Maak een platform waar mensen zelf dingen kunnen doen. Je ziet dan dat mensen zichzelf  allerlei taken en rollen toebedelen.    Een sociaal medium is niet anders dan de echte wereld: sociale software is een echte wereld. Als je zoiets maakt, heb je dus eigenlijk ook geen idee wat je aan t doen bent, je ontwerpt dus anders dan voor traditionele doelen.  Schep mogelijkheden voor mensen het zelf te laten invullen en ontwikkelen. Dat is de beperking van een profielensite: je kunt er te weinig mee.

Toen ging het om: profiel, informatie, functionaliteit. Dat heeft zich ontwikkeld naar nu:

  • Gespreksonderwerp
  • Gesprekspartner
  • Gesprekstechniek

Document in een gewoon documentmanagement systeem = dood onderwerp.
Document wordt een gespreksonderwerp als je mogelijk te maakt dat er reacties op komen, verschillende versies, infor over hoe vaak het gelezen is etc.

Wie is mijn gesprekspartner?
Op een traditionele profielen pagina zie je dan wel een fotootje en wat een persoon vrijgeeft over zichzelf. Maar wanneer noem je nu jezelf een expert? Wie bepaalt dat? Wat maakt je geschikte gesprekspartner?
Je kunt een expertprofiel maken en daar zichtbaar maken of je dan ook over die onderwerpen gelezen wordt. Wie bepaalt dus of je expert bent? Het systeem, omdat je veel met die onderwerpen bezig bent!
Hoe ontwerp je dat in de werkelijke wereld? Als je dat begrijpt, dan pas kun je dat ook in een sociaal netwerk ontwerpen. Toch maar kenniskaart maken, en laten zien wie gelijkende gebruikers zijn op dat gebied.

Kenniscafe’s.

Terloops aan de praat raken: zogenaamde toevalligheid waarmee je met mensen in gesprek raakt is heel belangrijk.  Rond verschillende onderwerpen moet je dus een aantal raakpunten verzinnen.

Groepen vormen in netwerken is erg belangrijk.

Business case van sociale netwerken gaat over gesprekken: Efficiëntie, kwaliteit, innovatie, boeien & binden (je vormt een groep).

Presentatie staat op slideshare

Lee Rainie kon snel praten, maar Rene kan er ook wat van.

Leonie Houtman: Wie weet wat?

2 Reacties

Leonie Houtman Wie weet wat?

Leonie is bedrijfskundige, richting kennismanagement en netwerken, werkt per 1 mei 2009 als onderzoeker bij de VU. LinkedIn.

De kennis waar wij als individu over beschikken is niet alleen voor onszelf van belang, maar ook voor onze omgeving. Je baas wil graag weten over welke kennis en vaardigheden jij beschikt, zodat hij weet of jij de juiste persoon bent voor jouw taken. Onze collega’s willen ook graag weten wat wij weten, zodat ze in het geval van een probleem bij ons aan kunnen kloppen indien wij over de juiste kennis beschikken. Hetzelfde geldt voor ons als wij een probleem hebben. Naar wie ga je dan voor advies? Zowel in ons privé als zakelijk leven maken we gebruik van andermans kennis, simpelweg omdat we niet alles zelf kunnen onthouden. De specifieke kennis van ‘wie weet wat’ is de basis in ‘transactive memory theory’ (TMS). Leonie heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop een organisatie gebruik maakt van een TMS en welke factoren een belemmering zijn voor het stromen van kennis in organisaties. “Hoe kan een organisationeel netwerk beter gebruik maken van de aanwezige kennis” en “hoe zorg je ervoor dat de aanwezige barrières tot kennisdeling worden verlaagd” zijn vraagstukken die hierbij aan de orde komen.

It’s not’ who you know’ it’s what ‘who you know knows’.

‘transactive memory theory’ (TMS).

Gaat om communicatie, interactie. Gedeelde geheugen theorie ontwikkeld in 1985 door Wegner et al.

  1. Expertise recognition (wie weet wat)
  2. Directory updating (aanpassen percepties op basis van nieuwe informatie)
  3. Information allocation (doorgeven van inforamtie die voor anderen van belang zijn)
  4. Retrieval coordination (info die ontoereikend bij jezelf is bij anderen halen)

Kwaliteitscriteria: hoe goed is dat systeem? Gaat over alle processen en is afhankelijk van:

  • juistheid  ( accuracy)
  • gezamenlijkheid (sharedness)
  • participatie (validation)

Sinds 2001  empirisch onderzoek en heel nieuw is om dit proces te toetsen op organisatienivo.
Voor een organisatie k
un je kijken in hoeverre deze processen bestaan in een organisatie.

Bijdrage van een TMS aan een organisatie:

  1. sneller vinden van informatie
  2. wiel niet opnieuw uitvinden
  3. effectiviteit en efficiency
  4. beter gebruik van netwerk maken

Barrières in kennisdeling in de communicatie tussen mensen: wat kan er dan misgaan? Zie model van Carlisle (2002, 2004).

  • syntactische: spreken we dezelfde taal
  • semantische:  bedoelen we hetzelfde
  • pragmatisch: ben ik bereikbaar, sta ik er open voor

Sociale netwerk analyse

Methode om inzicht te krijgen in de netwerkkaart van de organisatie buiten de officiële hiërarchische lijnen om. Wie met wie in contact staat.e

Kijk op diverse nivo’s naar actoren en relaties (is de relatie wederkerig).  Je hebt bottlenecks (teveel lijntjes die over bepaalde mensen lopen), geïsoleerde actoren en subgroepen (afdelingen die niet met elkaar communiceren).
Netwerk-karakteristieken in een organisatie zijn dichtheid, afstand (6 degrees of separation, hoe groter de afstand, hoe minder hecht de dichtheid is) en reciprociteit (hebben we allemaal hetzelfde gevoel erover).
In een groep of team heb je ook dichtheid en reprociteit
Op individueel nivo heb  je afstand, centraliteit en macht. Als de afstand te groot wordt, bij mensen die aan de buitenkant van een netwerk staan, met weinig connecties,  zou het kunnen dat er niet optimaal van ze gebruik gemaakt worden. Sommige mensen geven meer kennis dan ze eruit halen (degree van centraliteit). Closeness meet de mensen die het meeste in contact staan met anderen. De mensen die daartussen instaan (betweenness) zijn heel machrtig omdat die de diverse mensen aan elkaar kunnen verbinden.

In een netwerk dat bijna geen connecties heeft onderling weet men niet zo goed weet welke kennis men in huis heeft.
Als mensen maar het gevoel hebben dat ze weten bij wie ze terecht kunnen: dan is er een nivo van TSM aanwezig.

Implicaties voor organisaties

  • breng subgroepen bij elkaar (bijna altijd zijn er wel afdelingen die te weinig van elkaar weten)
  • heb aandacht voor ‘hubs’ in het netwerk
  • breng de periferie dichter bij de kern (daarme raak je die mensen niet kwijt en gebruik je ze efficiënter)
  • zorg ervoor dat mensen weten wie wat weet
  • zorg dat kennis wordt doorgegeven
  • geef iedereen toegang tot kennis
  • verlaag de barrières, met name de pragmatische

Als je weet hoe netwerk in elkaar steeks, kun je daar op inspelen.

————————-

Blijft de vraag: hoe doe je dat …


Arnoud Engelfriet: De andere kant van sociale netwerken

2 Reacties

Arnoud Engelfriet De andere kant van ´social networks´

Arnoud is natuurlijk heel bekend in de wereld van de wetgeving en internet, vooral zijn site Ius mentis (juridische aspecten van bloggen bijv. Hij heeft pas een nieuw boek geschreven: de wet op Internet, een van de weinig boeken die in e-vorm goedkoper is dan in de gedrukte versie.

De privacywet gaat er vanuit dat u met rust gelaten wilt worden. Met de wet in de hand kunt u inzage krijgen in wat anderen over u bijhouden, of eisen dat ze uw gegevens verwijderen uit hun databank. Maar bij sociale netwerksites zoals Hyves of Linkedin is het nu juist de bedoeling om zelf persoonlijke gegevens te publiceren. Over uzelf, of over anderen. Mag dat allemaal zomaar? En wat gebeurt er als een berichtje uit zo’n netwerk ergens anders opduikt? Wat te denken van een buurman die het Hyves-profiel van uw dochter overzet naar Geenstijl? Of een klant die uw grappig bedoelde Twitterboodschap in het verkeerde keelgat schiet?

Zegt van zichzelf dat-ie redelijk web 1.0 is: maakt eigen website in html. Zijn roeping (Ius mentis) is zijn werk geworden en hij is nu op zoek naar een nieuwe hobby 😉 .

Privacy is moeilijk begrip: normale mensen hebben toch niets te verbergen?
Maar het gaat om iets anders: privacy is een grondrecht, wat wil ik dat men over mij weet. ‘Privacy is NOT a crime’ (Flickr foto). Privacy is een eigendomsrecht, je mag over zaken die van jou zijn  zonder reden op te geven iets zeggen/vinden.  Je hebt ook het recht om iets te zeggen over wat er met jouw gegevens gebeurd. Volgens de wet heb je dat eigendomsrecht ook:  persoonsgegevens bevat alles wat tot jou herleidbaar is, voor gebruik vna die gegevens door een ander dien je toestemming te geven.

Mensen realiseren zich niet dat wat ze op sociale netwerken zetten vaak gewoon via Google vindbaar is.   Hyves heeft sinds januari een apart vinkje om niet in Google vindbaar te zijn, maar als je dat niet aanvinkt, heb je daarmee toestemming gegeven voor opname van je profiel in de Google database. Veel mensen weten dat niet, die denken dat alleen je vrienden je profiel kunnen zien.

Opt out: privacy statement.
Veel mensen denken dat het wle goed zit als ze een privacy statement zien. Maar voor hetzelfde geld staat daarin dat ze alle gegevens verkopen aan de hoogste bieder. Dat er een statement is, wil nog niet zeggen dat ze er netjes mee omgaan. In het privacy statement van Google staat bijv. dat ze alles met je gegevens mogen doen, zolang ze dat maar zorgvuldig doen …

Je hebt recht op inzage, correctie en verwijdering. Daar mag je altijd naar vragen, ook naar wat er met de informatie gebeurt is. Als je zegt dat men je gegevens moet verwijderen, moeten ze dat doen, behalve als ze nodig zijn: als je bijv wanbetaler bent, kun je niet eisen dat ze je uit die database gooien.

Ook als je niet ingelogd bent, houdt Google van alles over je bij, eigenlijk is dat niet volgens de wet.  Google zegt dat ze daar geen toestemming  voor hoeven vragen omdat ze Amerikaans bedrijf zijn, maar ze zijn ook  in Europa erg actief, dus dat klopt niet, ze stellen ze zichzelf boven de wet.

Privacy is niet absoluut: er is ook recht op vrije nieuwsgaring. De Journalistieke exceptie.
Op zich kan dat: over publieke figuren mag je dingen zeggen, zolang ze tenminste waar zijn. En je moet waar kunnen maken dat er enig publiek belang is.

Geenstijl voorbeelden over hoe privacy geschonden wordt.

Ook op forums kunnen mensen privacy schennende informatie zetten. Als je zo’n forum beheert moet je dan moderatie toepassen. Dat is aardig moeilijk. Eigenlijk ben je ook verantwoordelijk over reacties die men op je weblog plaatst. Als je ingrijpt na een terechte klacht is er niets aan de hand. Als je onterecht iets verwijdert, dan kun je daar een klacht overkrijgen.

Als je op de streetview van Google staat kun je vragen om de foto te verwijderen. Google komt daarmee wel snel in actie.

Als je aan de slag gaat op internet, staat dat tot de eeuwigheid erop en kan het in een onjuiste context terecht komen, en de verwachting is dat dat ook wel eens zal gebeuren. Wat jij over iemand zegt is ook onderhevig aan de privacy wet.

Ook voor gewone mensen is privacy dus van belang.
IP adressen maken je gemakkelijk te traceren.

Vraag:  Waarom maak je je eigenlijk niet druk over dit soort dingen,  hooguit pas achteraf?

Antw: Je hebt er vaak geen erg in, het voelt pas niet fijn als je info op een plaats terecht komt waar je dat niet verwacht. Soort gevoel of een vreemd iemand in je kast zoekt. Fatsoenskwestie dus.

Vraag: Mag je sollicitanten  afwijzen op basis van gegevens in Google?

Antw: Een werkgever mag mensen Googlen, maar het is erg onredelijk en onjuist om mensen daar op af te wijzen. Je zou wel dat voor kunnen leggen aan de persoon in kwestie, want het kan dus best dat niet de juiste persoon gevonden is of  dat de info niet correct is.

Vraag: Kan wel juiste persoon zijn, maar verkeerde info. Mag zo’n site met oplichtersgegevens wel?

Antw: winkeliers gaan foto’s ophangen van dieven: dat mag ook niet. Voor de  oplichterssite geldt hetzelfde. Is een hele moeilijke discussie, formeel mag het in elk geval niet zomaar

Vraag: Wie is eigenaar van je sociale netwerk

Antw: Wat jij opbouwt is jouw database, niet die van je baas. De meeste sites zelf zeggen trouwens wel ergens in hun voorwaarden dat zijzelf de eigenaar van die info zijn! Goed om dat even te controleren. Hangt af van wat je wilt doen. Zomaar je profiel uitvoeren en elders inlezen zou weleens op protest kunnen stuiten.

Vraag: Hoe zit dat internationaal

Antw: binnen EU is dat redelijk hetzelfde, hoewel het per land scheelt, maar buiten de EU mag veel meer. Op de openbare weg mag je daar gefotografeerd worden: privacy heb je alleen binnenskamers. Als jij een publicatie van een foto die gemaakt is in Mexico op je Nederlandse blog zet, dan val je onder NL wet.

Vraag: Profielen oppoetsen

Als je veel geld hebt kun je je profiel laten oppoetsen. Er is een techniek om je informatie uit te spoelen: door heel veel positiefs over jezelf op het net te zetten, kun je daarmee negatieve informatie overspoelen.  Tip: zorg dat je overal aanwezig bent om te voorkomen dat er een fakeprofiel van je opgezet wordt.

Vraag: Hoe lang houden we deze wetgeving  nog vol in dit internettijdperk

Antw: Auteurswet en privacy wet zijn gemaakt op basis van andere ‘silo’s’ dan nu voorhanden zijn. Mensen voelen zich onprettig als ze altijd gevolgd worden.

Bart eindigt: Internet heeft eenzelfde impact als de uitvinding van de atoombom. We hebben nu een techniek waarvan we geen idee hebben wat de impact op den duur zal zijn. Walk the talk. 0 privacy

Antw:  Hoewel je misschien best wle open over alles wil zijn, wil je toch niet alles wat je doet ook aan iedereen bekendmaken, en dat zou moeten kunnen. Is wel sterk cultureel bepaald, een maatschappij met 0 privacy kan eigenlijk niet bestaan. De verwachting is toch wel dat daar ook wel een scheiding is, wat je aan wie wilt bekendmaken. Privacy is een fundamentele levensbehoefte.  Iemand valt in: heeft ook met context te maken.

David Gurteen: People 2.0

1 Reactie

David Gurteen: People 2.0: Working in a 2.0 World

David Gurteen is een Managment consultant, heeft een eigen bedrijf, is uitvinder van de Knowledge cafe’s (BiepMiepLeen schrijft erover) . Karolien heeft op Ning een interview met hem over Kennismanagement gezet.  Zijn weblog.


The world of work is on the brink of a profound transformation.
Driven by new technology, increasingly, we are no longer consumers: of goods, services or education – we are prosumers – we can now both produce and consume. We have the potential to be participants in everything. The emerging 2.0 work place will reflect this and be a fundamentally participatory world.
We are moving from an organizational world where we were told to do things; where things were structured and planned for us, to a world where managers and staff work more closely together to decide what to do and how to do it.
The challenge is in people’s mindsets. Managers need to stop trying to manipulate people and doing things to them and to take a more participatory approach. Individuals need to open up and grasp the potential that the new tools offer them – to be more proactive; to take responsibility for their work; to innovate and to work in new ways. It’s about a change of mindset, attitudes and behaviors.

Er zijn een aantal mensen in de zaal die al zijn nieuwsbrief ontvangen.

  • bringing people together
  • meet face to face blijft toch het allerbelangrijkste

KM (knowlegde managment) goes social: andere kijk op KM. 18 maanden geleden waren lang niet zoveel mensen aan het twitteren en bloggen als nu. Er verandert veel in korte tijd.

KM bestaat zo’n beetje vanaf 1995, hoewel Lotus Notes al in 1989. Voornamelijk techno-centric. Voor het eerst had een organisatie de kans om ‘connected’ te zijn via intranetten, office en e-mail. Men centraliseerde alle informatie in een database met zoekmachine, en voor de meeste mensen is dat nog steeds wat KM is.

People-centric KM zag je opkomen bij BP en Buckman Labs: die gebruikten ook techniek, maar de focus lag veel meer op de ”soft tools’: communities of practice, storytelling, peer assits etc. Face-to-face tools.

Tegenwoordig zie je beide vormen, maar nog steeds wat over-hyped, en de performance is niet best. Aantal jaren  geleden kwam de gedacht e op:  ‘Is KM dead’  Antwoord nee, maar t heeft niet aan de verwachting voldaan. Vooral die techn-centric aanpak is erg tegengevallen.

Tegenwoordig is er een dramatisch andere gedachte over: nu gaat het vnl over de social tools. Opvallend is dat die tools niet ontwikkeld worden door de KM leveranciers!  Veel KM aanhangers zetten zich juist erg af tegen de sociale media.

Waar gaan web 2.0 tools  over:

  • informal learning
  • mensen vinden
  • netweken bouwen

Goed beschouwd: als dat geen KM is, wat is t dan wel?

Web w2.0, participatory web, social web. Er is geen planning achter, lage kosten, open standaarden.  Je ziet ze steeds meer integreren in de organisaties.

KM 1.0 = de techno-centric KM. KM 2.0 is niet alleen sociale media maar ook over ‘softer’ sociale tools als social computing. Mensen die kennis met elkaar delen,  itt organisaties die die kennis uit hoofden van mensen willen persen en dat  in een database zetten.

KM 2.0 complenenteert KM 1.0, vervangt het niet.

1 = Explicit knowledge  – 2 =  ‘Tacit knowledge’

De KM 2.0 tools zijn wel heel anders:  meer ‘enhancing’ . (hoewel je de social tagging niet echt enhancing van taxonomies kunt zien lijkt mij)

KM is onderdeel van je alledaagse leven, niet extra werk, is open en transparant, bedoelt om besluitvorming en innovatie te verbeteren. En KM 1.0 gaat meer over efficiency en productiviteit.

Dave Pollard  definitie van KM:  (vind vnl teksten uit 2004, deze bijv.)

Everything 2.0: wat je ook bedenkt, je kunt alle topics die je bedenkt via Google wel vinden met een 2.0 erachter. We need managers 2.0. Het gaat om de  mind set, niet om de tools. (ach ja, de web 2.0 meme map ‘is no technology but an attitude’)

Keypoints:

  • David Weinberger: wees persoonlijk, wees jezelf
  • Works transparently, work openly. Zodat iedereen kan zien wat je doet: tegenwoordig is dat gemakkelijker dan vroeger. Daarmee krijg je sneller feedback en kun je snel aanpassen.’ Daarmee heb je ook een fundamentele kennisdeling te pakken (a document is a place where a knowledge goes to die)
  • Theodre Zelding. Have learning conversations. Is een rare vogel die leuke dingen doet. Advies: google hem. wees bereid je aan te passen, sta open voor anderen, groei
  • Alfie Kohn. Werk met mensen, niet voor ze. Niet: ‘how do we make them share information’, maar ‘How do we better work together’

waar zijn we nu:

  • is nog vroeg dag
  • gaat nog ernorm groeien
  • over 5 jaar gebruiken we allemaal social tools
  • en velen van ons zullen op nieuwe manieren gaan werken

Hoe te handelen?

  • be an early adaptor, zorg dat je erbij bent
  • probeer zelf, experimenteer
  • stort je erin
  • vraag advies
  • leer wat jij en je organisatie ermee kunt doen
  • plan niet: begin gewoon!

Als parafrase op: ‘The person of the year is you’ (Time) zegt hij: We control the information age.  Welcome to our world: we are moving to a ‘WE world’

Vraag: hoe krijg je managers zover dat ze sociale media willen gebruiken.

Antw: niet teveel nadruk leggen op hoe leuk het is, maar kijken naar wat de problemen van de managers zijn en te proberen hoe je ze in kunt zetten om die problemen op te lossen. Is wel moeilijk, omdat de tools vaak niet zo gespecialiseerd op dit soort dingen  zijn.

Vraag: krijgne we een web 3.0

Antw: tijdje werd er over het semantische web gepraat als 3.0, maar sommigen  vinden dat dat ook bij 2.0 hoort.

Vraag: hoe denk je over copyrigth

Antw: welke wetten we op bedenken: mensen op t net doen toch wat ze willen, is heel lastig om dat te voorkmomen.  Deels zou je zeggen, geef alles vrij, anderzijds doe je weer mensen tekort die daar veel aan gedaan hebben (uitgevers bijv) dus daar moet je ook weer rekening mee houden. Er is geen duidelijke enduidig antwoord op.

——–

Hij praat wel heel snel, racet door de ppt heen

Opening congres sociale netwerken

Laat een reactie achter

Aanvankelijk wat gedoe over wel of niet toegang tot de wifi. Essentials heeft 10 kaarten geregeld, en de dongel heeft ook bereik. Ongelooflijk dat zo’n instelling als WTC geen algemene wifi toegan gheeft: dat hoort er toch bij tegenwoordig.

10.00 – 10.15 Opening door dagvoorzitter Bart van der Meij

Bart is: Crealist, Catalyst, Management Consultant; focus on Strategy and Professional Knowledge. Zegt hijzelf. En heftig betrokken bij de NVB. Website.

Het Congres Sociale Netwerken is opgezet voor professionals zoals bibliothecarissen, kennismanagers, informatiemanagers, documentmanagers en informatie-analisten, die op dit congres uitvoerig geïnformeerd worden en kennis maken met sociale netwerken binnen en voor organisaties.

Er wordt heel veel genetwerkt: iedereen die Paul de Leeuw volgt kent Twitter tegenwoordig. Devaluatie van de term vrienden: maar eigenlijk weten mensen best wie hun v rienden zijn en wie niet.

Doel vandaag: waarom doe je het en met wie. Wat laat je van jezelf zien.

Nav vraag van Bart: bijna iedereen is op LinkedIn, veel twitteren en een aantal zitten op Hyves.

Leest  Marcus Aurelius voor: de mening van anderen over omnszelf is belangrijker dan die van onszelf, raar eigenlijk. Maar dat geeft wel aan hoe belangrijk netwerken zijn.

Congres sociale netwerken

Laat een reactie achter

Morgen (22 april) organiseert Essentials een Congres Sociale Netwerken te WTC Rotterdam.  Er is vooraf al wat over te doen: de organisatie heeft een zcape site gemaakt, en een hashtag csnr09 bedacht (voor Twitter). Zelfs een Twitterwall, maar een Twitterfontein heb ik nog niet gezien (komt misschein nog).

Mijn laptopje staat te laden:  en ik heb plannen om live te bloggen natuurlijk.

Netwerken: daar gaat het over op 22 april. Over werken in een 2.0 wereld, waar oude structuren wegvallen en samenwerken steeds belangrijker wordt. Waar het dilemma zichtbaar wordt tussen publiceren van allerlei persoonlijke gegevens en handhaving van de privacywet. Waar de grenzen van de ‘vrijheid van meningsuiting’ worden opgezocht en vaak overschreden. Maar ook waar steeds meer organisaties de voordelen ervaren van kleine, interne sociale netwerken. Het congres Sociale Netwerken in Organisaties behandelt theorie én praktijk, en laat u de praktische toepassing van digitale sociale netwerken zelf ervaren. Bijvoorbeeld door u de mogelijkheid te bieden te participeren in het digitale sociale netwerk dat Winkwaves gedurende een drietal maanden rond dit congres faciliteert. Uitsluitend voor de deelnemers aan het congres!

Het programma:

Vanaf 09.00 ontvangst en registratie

10.00 – 10.15 Opening door dagvoorzitter Bart van der Meij

Het Congres Sociale Netwerken is opgezet voor professionals zoals bibliothecarissen, kennismanagers, informatiemanagers, documentmanagers en informatie-analisten, die op dit congres uitvoerig geïnformeerd worden en kennis maken met sociale netwerken binnen en voor organisaties.

10.15 – 11.00

David Gurteen

People 2.0: Working in a 2.0 World

The world of work is on the brink of a profound transformation.
Driven by new technology, increasingly, we are no longer consumers: of goods, services or education – we are prosumers – we can now both produce and consume. We have the potential to be participants in everything. The emerging 2.0 work place will reflect this and be a fundamentally participatory world.
We are moving from an organizational world where we were told to do things; where things were structured and planned for us, to a world where managers and staff work more closely together to decide what to do and how to do it.
The challenge is in people’s mindsets. Managers need to stop trying to manipulate people and doing things to them and to take a more participatory approach. Individuals need to open up and grasp the potential that the new tools offer them – to be more proactive; to take responsibility for their work; to innovate and to work in new ways. It’s about a change of mindset, attitudes and behaviors.

11.00 – 11.45

Arnoud Engelfriet

De andere kant van ´social networks´

De privacywet gaat er vanuit dat u met rust gelaten wilt worden. Met de wet in de hand kunt u inzage krijgen in wat anderen over u bijhouden, of eisen dat ze uw gegevens verwijderen uit hun databank. Maar bij sociale netwerksites zoals Hyves of Linkedin is het nu juist de bedoeling om zelf persoonlijke gegevens te publiceren. Over uzelf, of over anderen. Mag dat allemaal zomaar? En wat gebeurt er als een berichtje uit zo’n netwerk ergens anders opduikt? Wat te denken van een buurman die het Hyves-profiel van uw dochter overzet naar Geenstijl? Of een klant die uw grappig bedoelde Twitterboodschap in het verkeerde keelgat schiet?

11.45 – 12.00 Discussie

12.00 – 13.15 Lunch

13.15 – 14.00

Leonie Houtman

Wie weet wat?

De kennis waar wij als individu over beschikken is niet alleen voor onszelf van belang, maar ook voor onze omgeving. Je baas wil graag weten over welke kennis en vaardigheden jij beschikt, zodat hij weet of jij de juiste persoon bent voor jouw taken. Onze collega’s willen ook graag weten wat wij weten, zodat ze in het geval van een probleem bij ons aan kunnen kloppen indien wij over de juiste kennis beschikken. Hetzelfde geldt voor ons als wij een probleem hebben. Naar wie ga je dan voor advies? Zowel in ons privé als zakelijk leven maken we gebruik van andermans kennis, simpelweg omdat we niet alles zelf kunnen onthouden. De specifieke kennis van ‘wie weet wat’ is de basis in ‘transactive memory theory’ (TMS). Leonie heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop een organisatie gebruik maakt van een TMS en welke factoren een belemmering zijn voor het stromen van kennis in organisaties. “Hoe kan een organisationeel netwerk beter gebruik maken van de aanwezige kennis” en “hoe zorg je ervoor dat de aanwezige barrières tot kennisdeling worden verlaagd” zijn vraagstukken die hierbij aan de orde komen.

14.00 – 15.30

Sociale netwerken: de praktijk

Verschillende professionals vertellen over hun ervaringen met sociale netwerken binnen organisaties.

René Jansen

Ik ruik mensenvlees – enterprise social networking in de praktijk
De mens is de drijvende creatieve, innoverende kracht van een organisatie. Social networking en kennismanagement 2.0 blijken heel goed aan te sluiten op de vluchtige en vaak toevallige ontmoetingen waarin kennis tot leven komt en creativiteit de ruimte krijgt. In deze presentatie vertelt René Jansen over de ervaringen met social
networking en kennisdeling bij een diversiteit van Nederlandse organisaties. De sleutel tot succes: je moet het mensenvlees kunnen ruiken!

Thieme Hennis

TU Delft PhD community; een sociaal onderzoeksnetwerk
Hoe kan een social network een bijdrage leveren aan onderzoek? Eind 2008 werd er bij de TU Delft een sociaal netwerk voor promovendi (ook: PhD-studenten) gelanceerd. Dit platform biedt promovendi de mogelijkheid een academisch profiel aan te maken en informatie uit te wisselen over onderzoek, sociale activiteiten of issues, en evenementen. De doelstellingen voor het promovendi-netwerk zijn onder andere:
• Het verbeteren van de transparantie van PhD-onderzoek in Delft, zowel intern als naar buiten toe.
• Het ondersteunen van sociale interactie tussen promovendi.
• Het bieden van een sociaal platform met een professionele identiteit.
Thieme Hennis zal het hebben over de voorlopige resultaten, feedback door gebruikers, en hij zal zijn licht laten schijnen op de mogelijkheden van soortgelijke netwerken met betrekking tot het ondersteunen of misschien wel veranderen van onderzoekswerk.

15.30 – 16.00

Pauze

16.00 – 16.45

Christophe Langlois

How to differentiate your bank and drive customer advocacy with social media
There has been lots of hype about Web 2.0, social media, social networks and more, so what’s the truth? Do these technologies really drive customer advocacy? How can you place a value customer advocacy, online visibility, and your online reputation? Is there an ROI for social media and where do you start? And how do you overcome the fact that most banks executives are resistant to social media and have a variety of ”good” reasons not to embrace these technologies? Christophe Langlois will open minds to broaden the vision and help CIO’s develop new innovative ideas in this area as, in such a tough market today, tapping social media is one of the most efficient and cost effective ways to differentiate your bank and drive customer advocacy. He will also focus on a few initiatives from banks in the Benelux region such as ING, Rabobank, Fortis and ABN Amro.

16.45 – 18.00

Interactief programma en borrel