Ervaringen met Landal Greenparks vakantiehuisjes

Nu de reuma flink heeft toegeslagen, ‘t kamperen niet meer gaat, de caravan verkocht is en Stevast, onze favoriete boswachterhuisjes-verhuur organisatie is opgeheven, is het zaak om een nieuwe methode te vinden om zo comfortabel mogelijk op vakantie te gaan en zoveel mogelijk onzekerheden uit te bannen. En ja, dan gaan we doen wat we vroeger vreselijk burgerlijk gevonden zouden hebben -je hoort dat woord nooit meer trouwens- we gaan een huisje in een park huren.
Na wat veldonderzoek kwamen we bij Landal Greenparks uit: Landal is partner van Natuurmonumenten, dat is sympathiek en ze zijn minder duur dan Centerparks.  Voordeel van een park boven losse verhuur is dat je precies weet wat je kunt verwachten, en als je fysieke marges klein zijn is dat een voordeel.
We hebben een 5tal huisjes geprobeerd de laatste twee jaar: hieronder onze ervaringen.

De eerste test was januari 2010 in Aerwinkel, een voormalig landgoed bij Posterholt in Noord Limburg. We vielen op het uiterlijk van het huis, maar van binnen was het ook heel aangenaam: 6 persoons, met een slaapkamer en badkamer beneden en twee slaapkamers op de 1e verdieping. Schuifpui naar t terras. ‘t Was in die winter waarin er wel 50 cm sneeuw lag, en dat was heel pittoresk: op het terras liepen de vogels de broodkruimels weg te slepen, terwijl wij nepblokken in de open haard brandden onder t genot van een glaasje wijn en een nootje, heel cozy.
Het is een terrein met een vijver in t midden: je kon er ook zo vanaf, en dat beviel ons goed.
Jammer was dat het zwembad net in onderhoud was, maar dat kan het gevolg zijn als je in het laagseizoen gaat.

We willen bij voorkeur een vrijstaand huis, liefst ook geen grote hekken eromheen en zo min mogelijk geëntertaind worden: we zorgen wel voor ons eigen vermaak zoals wandelen, fietsen en musea bezoek. We zijn met twee volwassenen, zonder kinderen en hebben af en toe vrienden voor een weekendje op bezoek.
Een zwembad is wel plezierig, maar het hoeven ook weer niet van die enorme tropische zwemparadijzen te zijn.

In december 2010 wilden we een weekend naar Zeeland en huurden een huisje in Resort Burgh Haamstede. Daar had ik niet goed bij opgelet en een verkeerd model besteld: een geschakelde bungalow in een oerlelijke roze kleur. Ook de inrichting was onhandig: wel een open haard maar zo raar opgesteld, dat je flink met de meubels moesten schuiven om het enigszins acceptabel ingedeeld te krijgen. Je wilt uiteindelijk toch dat open vuurtje zien niet?
De bankjes zaten ook slecht, gelukkig hadden we twee dekbedden over, die konden we eroverheen draperen.
De minst geslaagde onderneming.

Je kunt een comfort pakket bestellen: dwz dat de bedden opgemaakt zijn, en er een handdoeken- en een keukenpakket en een badsetje voor je klaar staat.
Die opgemaakte bedden zijn heel plezierig. Je krijgt een grote en een kleine handdoek: ik vind dat voor een week wel wat weinig en meestal kopen we er ook wel bij. De vloer van de huisjes bestaat meestal uit plavuizen: een badmatje zou dan ook niet overdreven zijn, maar dat zit er niet bij. 2 theedoeken is wel voldoende, zeker daar er ook een vaatwasser aanwezig is. Een enkel keukenhanddoekje volstaat ook wel, maar er zou er een gastendoekje bij kunnen voor het toilet.
Het Rituals badsetje bestaat uit een klein flesje shampoo, twee bad/douche flesjes en een klein stukje zeep. Het keukenpakket bestaat uit een schuursponsje, een dweil, een vaatdoekje, lucifers, 2 vaatwasblokjes en een extra vuilniszak. Zelf neem ik altijd een klein flesje afwasmiddel van huis mee, nog over van de caravantijd.

Ons derde huisje (februari 2011) lag in het noorden van de Veluwe: ‘t Loo. Ook in het laagseizoen, maar tot onze verbazing was het uitverkocht. Je merkte daar niets van trouwens. Dit keer wel goed opgelet dat we een vrijstaand huis hadden :-) . Op zondag kon je met de boswachter mee wandelen: dat hadden ze van het park uit geregeld, heel goed!
Een heel mooi huisje met een tweede toilet en extra wasgelegenheid op de 1e verdieping: heel plezierig als je met meer volwassenen daar bent. Een mooie inrichting ook: ik heb een voorkeur voor dat donkerrood.
Enige nadeel van dit park is dat t maar een in-en uitgang had. Er is aan de zijkant wel een leveranciersuitgang, maar daar kun je als gewone huurder niet uit. Dat zou me behoorlijk gestoord hebben als we toevallig aan die kant van t park een huisje hadden, wat niet te geval was gelukkig. Hoe lastig is het om een poortje voor de bewoners te maken: al is het maar voor voetgangers alleen, desnoods met een extra sleutel.

Natuurlijk zijn die huisjes volgens een formule ingericht, en natuurlijk wordt er gekeken naar wat de gemiddelde bewoner prettig vindt overkomen, maar ik vind dat ze er heel goed in geslaagd zijn.
Het is een prettig soort anonimiteit die je eenvoudig wat aan kunt passen met kaarsen en bloemetjes.
Die anonimiteit is wel nodig om je vrij te voelen in zo’n huisje: als je er al teveel de persoonlijke spullen en/of smaak van een ander individu in zou vinden, voel je er je minder snel in thuis.
Uiteindelijk is het gemiddelde niet voor niets t gemiddelde, en is elk cliché gebaseerd op de waarheid :-) .
Een aantal van die huisjes zijn privé eigendom en worden door Landal beheerd en verhuurd: voor het onderhoud en de inrichting worden er wel eisen gesteld, zodat ze er allemaal uniform uitzien. Als huurder voor een weekje merk je daar niets van gelukkig.

In het voorjaar van 2011 wilden we graag zo’n torentje in Trois Ponts -les Gottales- uitproberen. Helaas is een rond torentje maar 2 persoons, en we willen een beetje ruimte, dus minimaal 4persoons, en dat is een vierkante. Het terrein zag er heel schilderachtig uit, maar de inrichting is gebaseerd op uiterlijk, niet op praktische indeling. Zo lagen alle terrrasjes aan de voorzijde: dat valt niet op , maar dan kijk je dus naar de weg en de andere huisjes, en niet het dal in. Het was heel mooi weer, dus we konden veel buiten zitten gelukkig, want die ‘toren’ kamers zijn erg donker. De tafels en stoelen hebben we van de voorkant naar de zijkant gesleept -dat kon gelukkig- zodat we daar buiten konden zitten onder het genot van een mooi uitzicht. Maar dan moest je wel steeds om het huisje heen om naar binnen te gaan.
Dit was een 6persoons huisje, maar het had maar een enkele gecombineerde badkamer-toilet en dat kan echt niet vind ik. Zelfs met 4 personen is het te krap, al helemaal als je allemaal ‘s ochtends wilt plassen en wassen.
Wat heel erg plezierig was, was de wifi toegang in het huisje zelf, zeker met de roaming prijzen.
We hebben overigens een geweldige week gehad daar: mooie wandelingen en leuke tochtjes.

Internet is tegenwoordig niet meer weg te denken, en naar mijn mening dienen die parken allemaal van een wifi voorzien te zijn, te gebruiken in de eigen accommodatie.  De meeste buitenlandse parken van Landal hebben alleen wifi in het restaurant en dat is echt onvoldoende, zelfs op campings heb je vaak wifi tegenwoordig. Maak de prijs dan een tientje per week hoger en geef hem vrij …
Wat ook niet kan is dat er een slechte mobiele telefoonverbinding is: regel dan een steunzender of zoiets.

Augustus 2011 vierden we B’s verjaardag in het Drents Friese Wold en wel een weekje in Hunerwold State. Een prachtige gebied, waar je fantastisch kunt fietsen. Het park ligt tegen een camping aan: je kunt aan meerdere kanten meteen naar buiten het bos in. Door een hek met een sleutel, maar t kan.
Prima huisje, leuke week, lekker rustig, ondanks dat alles verhuurd was (hoogseizoen immers).
Alleen moest ik met mijn iPad wel net buiten t hek om de hoek gaan staan om de Volkskrant te downloaden vanwege het slechte bereik van de mobiele telefoon. Zowel mijn iPad als mijn Galaxy Tab hebben een KPN simkaart, maar de iPad had bijna nooit contact, de SGT nog wel af en toe, al viel die regelmatig weg en was traag. De Vodafoon dongel deed het helemaal niet.

Samenvatting
De huisjes zijn schoon, comfortabel en compleet ingericht, bedden en sanitair zijn goed. De omgeving waar wij waren is prima voor wandelen en fietsen, er was geen sprake van geluids- of andere overlast.
Er is altijd een receptie, en alle mensen die we daar gesproken hebben zijn vriendelijk, aardig en behulpzaam. Er komt ook altijd een digitaal evaluatie formulier over wat je ervaringen waren.
In het algemeen kun je wel zeggen dat onze ervaringen goed zijn, en dat t huren van een huisje in een park lang niet tegenvalt.

Uilendemonstratie bij Dragonheart

In het Stroink park te Enschede ligt Dragonheart: een bijzondere boerderij met een aantal uilenverblijven en een Ridderwinkel.
In de zomer geven ze daar op woensdagmiddag een demonstratie -voorzien van uitleg- vliegen met uilen, van handschoen tot handschoen.

In het begin vroeg ik me af of dat niet zielig was voor die uilen: elke uil heeft een apart verblijf  -ik telde er meer dan 20- ze zitten op een ‘tak’ met een riem aan de poten waarmee ze aan een ketting zitten. Als ik in een dierentuin ben, gaan die vogelverblijven me altijd zo aan het hart: zeker grote roofvogels zitten er zo treurig bij.

De Dragonheart uilen zijn in gevangenschap geboren en van jongs af aan opgevoed door de trainers: er wordt elke dag met ze getraind. Daarmee zien ze de trainers ook als hun familie, en praten ze er ook mee. Ik dacht dat uilen stil waren, maar deze niet: er wordt geblazen, gepiept en allerlei geluiden gemaakt. Ze zijn ook allemaal wakker en reageren op wat ze zien.

Zo’n demonstratie duurt een uur: aan een kant van het erf staat een van de trainers, in Middeleeuwse kledij,  en aan de andere kant een andere.
Elk heeft een handschoen waarop ze een klein hapje voor de uil leggen: elke uil heeft een naam en wordt bij de naam en met een fluitje geroepen. Die vliegt dan over het erf heen naar de andere kant om het hapje te komen halen.
Steeds mag iemand van het bezoek een handschoen aandoen en met de trainer mee de uil oproepen.

In de natuur vliegt een uil alleen als hij honger heeft: uit zichzelf vliegen ze niet voor hun plezier in de rondte.

Het trainen van uilen is erg moeilijk, en werkt ook anders dan het trainen van valken bijvoorbeeld.

Je kunt zien aan de uilen dat ze het wel naar hun zin hebben, het lijkt haast wel of ze kopjes geven. Ze worden ook geknuffeld: het blijven natuurlijk roofvogels, dus je moet er wel heel zorgvuldig mee omgaan. Met de rug van je hand -om te voorkomen dat het zuur van je handen aan de veren van de vogel komt- kun je de borstveren naar beneden aaien,  maar zo te zien houden ze ook wel van ‘koppiekrauw’.

Door de uitleg van de trainer ben ik er toch anders tegenaan gaan kijken. Uilen zijn geen huisdieren en zullen dat ook nooit worden, maar als je er zo mee omgaat als zij, komt dat zo dichtbij als dat zou kunnen. Zeker particulieren moeten niet aan het houden van een uil -of wat voor wilde dieren dan ook- beginnen: wat dat betreft was Harry Potter een ramp, zeker voor de sneeuwuilen.

Je kunt ze huren voor bruiloften of andere festiviteiten: dan komen ze in Middeleeuwse klederdracht aan, en de uil komt dan de ringen of de sleutel -bij een opening- brengen. Soms gaat dat verkeerd -dat kan natuurlijk als je met levende beesten werkt- en zet de uil het op een vliegen, maar tot nu toe komen ze wel steeds terug, al is het soms pas  ‘s avonds.

Ridderwinkel

Op het terrein is ook een Ridderwinkel: en wat voor een, de grootste van Europa.
Ze verkopen er allerlei Middeleeuwse attributen, zoals kleding, sieraden, zwaarden, schoenen en helmen.

Pijlen en bogen ook: ik heb nog nooit echte pijlen gezien, realiseer ik me.

Ze laten deze materialen speciaal maken door allerlei  bedrijven in binnen en buitenland.

Het was toch wel een aparte belevenis.

By Dymphie Posted in Natuur

Het Zoutmuseum in Delden

Onder de rook van Hengelo ligt een aardig plaatsje: Delden. Er ligt daar een enorm landgoed – Twickel - waarvan oa de tuinen erg beroemd zijn, en middenin het plaatsje zelf ligt het Zoutmuseum.

Over de betekenis van zout in ons lijf, ons leven, en onze geschiedenis, kom je van alles te weten in dit fris-ogende 3 etages hoge museum. Ze maken veel gebruik van moderne technieken als video’s,  animaties, maquettes en computerspelletjes.

Zout wordt nog steeds gewonnen -via dubbele pijpen halen ze pekel naar boven:water in de buitenpijp naar beneden, waardoor pekel in de binnenpijp naar boven komt-  maar ze halen daarbij niet alles uit de grond. Door dat winnen ontstaan er immers enorme holtes -cavernes- soms wel zo groot als een voetbalveld, en daar kun je natuurlijk bodemverzakkingen door krijgen. Nu al komen er aardschokken voor in het noorden van het land, maar in hoeverre dat aan de gas- en zoutwinning ligt is niet zeker. Maar dat de bodem daalt is wel zeker.

In Boekelo hadden ze vroeger een kuuroord met een golfslagbad: daar is inmiddels alleen maar een enkel hotel van over, en dat is wel jammer, want met de huidige wellness hype zou er waarschijnlijk best belangstelling voor een zout golfslagbad zijn en het is veel dichterbij dan de Dode zee. Ik heb ook geleerd dat ik ongeveer 16 kilo zout in het badwater moet doen om te blijven drijven, en dat is wel een beetje te

A.C. Fortgens. Vrouw van Lot

In het museum staat een prachtig beeld van de vrouw van Lot als zoutpilaar, gemaakt door A.C. Fortgens uit de kern van een boring. Met een heel mooie draaiing erin, echt heel mooi.

Ze hebben een verzameling van zo’n  2000  zoutvaatjes, een aantal kun je er ook kopen. Er bestaan ook zoutlampen, maar daar moet je mee uitkijken, want als er vocht in komt, kan daar een soort pekel uit komen druipen, en dat vernielt je meubilair wel ;-)   .

Op de bovenste verdieping draait er een film: dit keer over de zoutmannen van Tibet, die zout schrapen uit een zoutmeer, een werk omgeven door allerlei rituelen.  (Vroeger deden vrouwen dat, nu mogen ze dat niet meer doen.) Waarschijnlijk is dit een samenvatting / stukje van de film van Ulrike Koch uit 1998.

Zout is onontbeerlijk, en blijkbaar moet je juist als je geen vleeseter bent dat extra toevoegen aan je dieet.
De ene cultuur komt er gemakkelijker aan dan de andere: wij strooien het zelfs op de weg …

Op de website van het museum was niet te zien welke film er nu precies draait.
Al die video’s en ander animaties die draaien maken wel geluid en dat leidt wel een beetje af als je net iets anders staat te lezen. (Ik ben echt veel meer tekstueel dan auditief ingesteld)

Conclusie: mooi, fris, instructief museum. Heldere en eenvoudige uitleg. De moeite waard.

Natuurhistorisch museum Natura Docet

(off–topic: ik ga eens stukjes schrijven over paar bezochte musea)

De Denekampse onderwijzer Bernink verzamelde een eeuw geleden al wat hem interesseerde en maakte daar een museum van: Natura Docet (de natuur onderwijst). Het is het oudste regionaal natuurhistorisch museum van Nederland en het is te vinden in een mooi gebouw in Denekamp (Twente).

Bernink was een tijdgenoot en bekende van Heimans en Thijsse, en net als zij met hart en ziel betrokken bij de natuureducatie. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij Jetses -van de schoolplaten- ook heeft gekend, en Ligthart. 19 september 2010 was de laatste dag van de Jetses tentoonstelling in het museum.

Bernink startte zijn museum in 1911, later financieel geholpen door textiel’magnaten’ en de provincie. Hij overleed in 1954, zijn dochter nam het over en renoveerde in  de 70er jaren naar de ideeën van die tijd.
Van 2002-2005 duurde de herstel renovatie.

Bij zo’n onderwerp hoort ook wel een klassieke inrichting met donker hout en glas, het deed me enigszins aan het Boerhaave museum denken. Voor de kinderen is er ook wat -klassiek- interactiefs te beleven. Het ziet er allemaal heel mooi en goed onderhouden uit.

Alles wat de natuur betrof interesseerde Bernink en verzamelde hij: flora en fauna, maar ook geologische verschijnselen, stenen en (informatie over) de ontwikkeling van het landschap. Persoonlijk heb ik altijd wat moeite met opgezette dieren, maar het verbaasde me wel hoe groot bijvoorbeeld een roerdomp is. Hele laden met vlinders, wel mooi, maar waarom nou een hele la met in mijn ogen allemaal dezelfde rouwmantels. Maar ja, het zal zijn doel wel hebben. Wat ik wel erg leuk vond was een voorbeeld van een minipaardje: blijkbaar waren de voorouders van onze paarden -die in mijn ogen enorm groot zijn- zelfs nog kleiner dan een hedendaagse keeshond.

Wat ik altijd heel interessant vind, maar moeilijk te bevatten is de ontwikkeling van het landschap. Ze hadden daar een hele zaal aan gewijd, compleet met diorama’s en veel tekst.
Het zou denk ik aanschouwelijk zijn als je een animatie had met daarin -heel erg versneld- de evolutie van het landschap door de eeuwen heen. Nu blijven het losse fragmenten met heel veel tekst. Al die tekst is wel goed, maar wel erg veel voor een eenmalig bezoek. Ik zou eigenlijk wel een boekje willen hebben met de teksten: misschien was dat er wel, maar heb ik eroverheen gekeken.

Er is een ‘Vrienden van’ vereniging en die is heel actief: ze geven ook een nieuwsbrief uit.
Bij de uitgang is een winkeltje met stenen en sieraden, en die zijn niet duur. Je kunt er een kopje koffie krijgen en de mensen zijn erg aardig. De website wordt heel goed actueel gehouden.

Conclusie: mooi museum, ze hebben erg veel en het ziet er goed uit, de moeite waard, een 8.

Hoe hou je Amsterdam-zuidoost mooi?

Het is heel mooi wonen in Amsterdam-zuidoost. Ondanks dat je in de ‘grote stad’ woont heb je kilometers en kilometers wandel- en fietspaden, in gelukkig nog gescheiden verkeersstromen. Heel autoluw dus.
Maar als het aan de Stadsdeelraad ligt zal dat niet zo lang duren: ze begrijpen niet dat wonen en groen met elkaar verbonden zijn en zien dat als aparte eenheden. O, willen mensen graag in zuidoost wonen? Dan plempen we het groen toch vol huizen! :-( Terwijl dat groen juist de reden is dat mensen hier graag wonen…
Of ze plaatsen een groot rood gebouw middenin de ecologische hoofdas, bovendien tegen de zin van de bewoners in … Dat is dus niet de manier, stadsdeel, om Amsterdam-ZO mooi leefbaar te houden. En dat is ook niet de manier om de burgers het gevoel te geven dat de politiek er is voor de burgers, eerder het tegendeel.

Wat wel aardig is te vermelden: om de buurt schoon te houden hebben een aantal hondenbezitters bedacht dat ze, omdat ze toch vaak met de hond op pad zijn, regelmatig met een plastic tas en een grijpertje op pad gaan om daar het zwerfvuil in te verzamelen, even afgezien van de hondenpoep dan :-) .

Dit was dus toch maar een logje als bijdrage in het kader van ‘blog action day’:

15 oktober is blog action day

Een grappig idee: op 15 oktober, ‘ blog action day’ worden alle bloggers opgeroepen een logje aan hetzelfde onderwerp te wijden. Dit jaar is dat het milieu.
Doel is om iedereen over een betere toekomst te laten praten, maar ook om, en passant, de kracht van het bloggen te laten zien.
Iedereen die meedoet kan gewoon over zijn eigen onderwerp bloggen, maar dan in relatie tot de ‘ environment’.

Je zou je kunnen registreren om mee te doen, maar ook zonder registratie kan dat natuurlijk :-) .

Via een grappige weblog met veel positieve tips: ZenHabits

Energieverspillende bedrijven

Vandaag de ‘Nuon herfstgids’ in de bus gekregen. Prachtig uitgegeven, met tips voor acties, wandelen, sporten, mooie foto’s. Op zich niets mis mee.

MAAR: je kunt zo zien dat er aandacht (dus geld) aan dit blaadje besteed is. Mijn geld, dat ik extra betaal voor de groene stroom, waar ze ook zoveel reclame voor maken (ook weer van mijn geld dus).

En ik wil van mijn energieleverancier alleen maar energie, net zoals ik van mijn ziektekostenverzekeraar ook alleen maar ziektekosten terug wil! Als ze geld teveel hebben, laten ze dan de prijzen omlaag doen.

Als we behoefte hebben aan tijdschriftjes, zijn we heel wel in staat om die zelf te kopen, dames en heren directieleden! En als jullie deze ongein ongevraagd kunnen uitgeven, heb je geld te veel: geld dat je eerst uit onze zak hebt geklopt! Terug ermee!

Klimaatverandering

Wordt het nou warmer of niet? Hebben de menselijke handelingen invloed op de CO2 uitstoot of niet? Wat gebeurt er nu eigenlijk met het ijs? Iedereen heeft er een mening over, en dat bevordert ook de scepsis en de borrelpraat, maar wat weet de wetenschap nu eigenlijk echt ? De New Scientist geeft gratis toegang tot hun nummer van 19 maart met als thema ‘ Climate change: a guide for the perplexed‘. Met daarin het artikel: The 7 biggest myths about climate change , waarin een aantal mythen en halve waarheden worden besproken.

Encyclopedia of life

Het project om een Encyclopedia of life (EOL) te maken is gestart. Het is een samenwerkingsproject door velen, geïnspireerd door Wikipedia. Op dit moment is er een demo online. EOL is

an ecosystem of websites that makes all key information about life on Earth accessible to anyone, anywhere in the world. Our goal is to create a constantly evolving encyclopedia that lives on the Internet, with contributions from scientists and amateurs alike. To transform the science of biology, and inspire a new generation of scientists, by aggregating all known data about every living species. And ultimately, to increase our collective understanding of life on Earth, and safeguard the richest possible spectrum of biodiversit

Gratis naar An Inconvenient Truth

An Inconvenient Truth van 8 maart tot 5 april
Iedere dag GRATIS te zien in in ieder geval de steden Alphen a/d Rijn, Amersfoort, Almere, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Groningen, Heerlen, Hilversum, Leiden, Rotterdam, Venray/Reuver, Zeist en Zutphen. Kaarten zijn te verkrijgen via de deelnemende bioscopen.

Een initiatief van de Planet Prosperity Foundation