H-index en Impactfactoren

Nu de discussie over de h-index actueel is oa door een artikel in de NRC van zaterdag 17 maart 2012 (Noem jij mij dan noem ik jou) ben ik eens in de archieven gedoken en heb een oud artikel opgedoken uit Biomeditaties: ‘Hoe zit het nou met die impactfactoren’.
Dat heeft nog niets aan relevantie ingeboet.

De h-index wordt niet genoemd –bestond toen nog niet- en het gaat alleen over de impactfactoren, maar er ligt dezelfde problematiek aan ten grondslag.

Daar mijn h-index blogposts veel geraadpleegd en de Biomeditaties artikelen slecht gevonden worden maar eens integraal de hele tekst.

Pinboardverzameling

——————————————————————————————

Hoe zit het nou ook al weer met die impactfactoren

Verslag van de EAHIL lezing ‘Citation analysis of biomedical publications: a customer oriented service in medical libraries’ gehouden op 25 juni 1998 door Ulrich Korwitz en opgetekend door Dymphie van der Heyden

Tegenwoordig kennen steeds meer wetenschappers kennen de Impactfactoren. De wetenschap die deze gebruikt, wordt in de bibliotheekwereld aangeduid met het eigenaardige begrip ‘Bibliometrie’, een term die zelfs bij veel bibliothecarissen niet bekend is. Kennis hiervan is nodig om de gebruiker te adviseren bij de beoordeling van tijdschriften, en het kiezen in welk tijdschrift te publiceren. We zijn niet alleen passieve bewaarders van kennis meer, nu de gebruikers steeds gemakkelijker zelf de weg in de informatie weten te vinden. Wij moeten onze plaats duidelijk maken en inspelen op de behoefte die onze gebruikers nu hebben.

Het wordt steeds belangrijker voor researchers de impact van hun werk aan te kunnen geven om fondsen in de wacht te slepen of geld van industrie te krijgen. Het aantal gepubliceerde artikelen gaat steeds meer tellen: ‘publish or perish’, maar ook waarin gepubliceeerd is, wordt steeds belangrijker: bij voorkeur een tijdschrift met de hoogste impact.

De mogelijkheid om de relevantie van artikelen te bepalen is van belang voor wetenschappers, maar ook voor managers en uitgevers.

In 1975 startte Eugene Garfield met een index waarin ook de literatuurlijsten bij de artikelen werden opgenomen. Hierbij was het niet alleen mogelijk om via de verwijzingen andere literatuur over hetzelfde onderwerp te vinden, maar ook andersom: meer recente publicaties die naar bekende publicaties verwijzen. Met dit systeem was het ook mogelijk om patronen van citaties en het aantal citaties per artikel of tijdschrift te analyseren of te meten.

De Journal Citation Reports, (oorspronkelijk een van de onderdelen van de jaarcumulatie van de Science Citation Index, nu afzonderlijke verkrijgbaar op microfiche of op CD-Rom) geeft een overzicht van het citeren van ca. 4000 brontijdschriften en het hierin geciteerd worden van ca. 7000 tijdschriften.

Uit die gegevens wordt per tijdschrift de Impact factor berekend en wel als volgt.

Men neme:

  • Het aantal originele artikelen in een tijdschrift in 2 jaar
  • Het aantal citaties naar artikelen van dat tijdschrift gedurende 2 jaar

en dele de eerste door de tweede. Het resultaat van deze berekening is de Impactfactor (IF) die gebruikt wordt als ‘direct relevance scale’. De resultaten worden gepubliceerd in de ‘journal rankings’.

Die IFs gaan een eigen leven leiden. Het komt bijv. voor dat men van alle publicaties van auteurs van een instituut de IFs optelt en het resultaat daarvan laat bepalen hoe het geld over de afdelingen verdeeld wordt.

Het optellen van impactfactoren van tijdschriften waarin gepubliceerd wordt, levert weliswaar een ‘cijfer’ op, maar heeft weinig te maken met de artikelen zelf.

Er zijn een aantal argumenten aan te voeren tegen het al te veel belang hechten aan deze IF. Tegen pleiten bijvoorbeeld:

  • Zelfcitaties
  • Citation rings (jij citeert mij – en ik jou)
  • Boeken / conferentieverslagen etc tellen niet mee
  • ISI heeft 4669 tijdschriften die ze tellen. Waarom 4669? En waarom DEZE tijdschriften? In de biomedische wereld zijn er 25.000!
  • Te weinig niet-Amerikaanse tijdschriften aanwezig
  • Niet alle tijdschriften die in grote databasen aanwezig zijn, zitten er in
  • Review tijdschriften tellen te zwaar (die hebben immers maar heel weinig originele artikelen, en heel veel referenties. Er kunnen best maar 8 artikelen per nummer in staan met in totaal 4000 referenties: dat geeft een enorme IF. Een tijdschrift als Brain Res Rev heeft daardoor een onevenredig hoge IF.
  • Klinische tijdschriften tellen te weinig. Bij de nummers 1-50 in de lijst zit geen enkel klinisch tijdschrift
  • Verschillen in discipline: je kunt verschillende disciplines niet zomaar met elkaar vergelijken
  • Verschillen in ‘halfwaarde tijd’ van de informatie: die kan per discipline ook heel anders liggen
  • Titelwijzigingen: wat doe je daarmee? Grappig is dat BMJ bijv op een gegeven moment maar 0 referenties had, nadat ze net de titelwijzigingen van Br Med J naar BMJ hadden gemaakt. Toen hebben ze maar de IF van het jaar daarvoor genomen. Die policy wordt niet altijd consequent toegepast, maar om BMJ konden ze blijkbaar niet heen
  • Nieuwe tijdschriften tellen pas na 2 jaar mee: de eerste twee jaren per definitie niet, en hebben dan DUS geen IF
  • Beschikbaarheid van tijdschriften maakt een verschil: als een tijdschrift niet/weinig beschikbaar is, kan het DUS ook niet gelezen en geciteerd worden
  • Kosten van tijdschriften: dure tijdschriften opzeggen: niet beschikbaar, dus…
  • Fouten bij ISI
  • ‘Geciteerd’ wil nog niet zeggen ‘van belang’!

Een bekende uitspraak van Garfield zelf: ‘To be an uncited scientist is no cause for shame’ (1991), aangezien meer dan de helft van de publicaties nooit geciteerd wordt.

Een belangrijk punt van kritiek is ook dat impact meer dan alleen wetenschappelijke impact is: er is ook zoiets als politieke en praktische (klinische) impact. Die meet je hiermee niet.

Daarnaast is er een indeling naar rubrieken/categorieën: wie bepaalt welk tijdschrift in welke rubriek thuishoort? Dat is van belang bij de ‘subject ranking’: daar wordt per rubriek een lijstje van belangrijkheid gegeven. Afhankelijk van het soort rubriek kan hetzelfde tijdschrift hoog of laag in de lijst staan. Met name experimentele tijdschriften staan vaak ook in klinische rubrieken en daardoor komen de typisch klinische tijdschriften vaak onderin die lijst te staan.

Advies: deel niet alleen maar lijstje met Impactfactoren uit, maar vertel er ook bij wat ermee aan de hand is.

Constructed Impact Factor (CIF)

Er zijn tijdschriften die niet in de ISI zitten, maar wel in Medline , EMBASE of BIOSIS. Daar kun je zelf de IF van berekenen, dat geeft een veel beter beeld over het totale pakket tijdschriften en artikelen1.

  • Je telt het aantal artikelen over twee jaar
  • Via SCI zoek je uit hoeveel citaten er zijn
  • Haal zelfcitaten eruit (auteur citeert zichzelf)
  • Deel ze op elkaar en je hebt de CIF: Constructed impact factor!

Persoonlijke IF

Berekenen de persoonlijke IF van alle wetenschappers in een instituut:

    • Zoek op alle vormen van de naam met alle voorletters (pas op met diakrieten)
    • Zoek in de SCI via handsearch hoe vaak ze geciteerd zijn (soms maakt het uit of men wel of niet de eerste auteur is: vraag dat na)
    • Zelfcitering niet meetellen, en herhaalde citering van collega’s ook niet (met handsearch kun je die gemakkelijk uitsluiten

Instituuts IF

Dit kan heel belangrijk zijn voor een instituut.

Wat je nodig hebt zijn alle variaties waarin de naam van het instituut voorkomt (land-plaats-naam). Daarna kijken hoe vaak deze zijn geciteerd in de wereldliteratuur.

Op deze manier maak je jezelf en je bibliotheek onvervangbaar!


Discussie

Bijna alle deelnemers hebben de ISI lijsten wel gebruikt. In Duitsland geldt dat ook voor de meeste medisch bibliothecarissen, maar: de meesten zullen alleen de cijfers geven, en er niet de toegevoegde waarde bijsluiten, die een bibliothecaris erbij zou moeten geven.

  •  Hoe weet je in welke rubrieken een tijdschrift is ingedeeld? Tijdschrift kan in 1 rubriek tot de top behoren en met dezelfde IF in een andere rubriek veel lager scoren.

A Er is een alfabetische index waarin staat in welke rubrieken een titel is ingedeeld

  • ISI files zijn volledig onbetrouwbaar! Er staan heel veel fouten in en er worden dingen dubbel geteld. Is het bekend hoeveel procent van de daadwerkelijke

hoeveelheid informatie betrokken is in deze IF?

A: Nee

  • De brieven worden niet meegeteld bij het tellen van het aantal artikelen. Geldt dat voor de brieven als bron of als ‘cited’

A: als bron

Opmerkingen:

  • De verschillen in halfwaardetijd van de verschillende disciplines zijn heel groot: ze zijn niet te vergelijken
  • Je kunt wel wijzen op de valkuilen van dit systeem, maar men luistert niet
  • ‘SCI is an excellent servant but a very bad master’
  • Bij literatuuronderzoek in bibliotheek-tijdschriften blijkt keer op keer dat bibliometrische methoden niet gebruikt kunnen worden om kwaliteit te bepalen
  • Als je zelf een search doet om een CIF te maken, ligt het ook aan de database die je benadert wat het resultaat is. In de psychologie bijvoorbeeld is het helemaal niet bruikbaar
  • Veel researchers in niet-klinische settings vinden het steeds moeilijker om te publiceren, omdat hun publicatie door peer-reviewers, die een gooi doen naar dezelfde fondsen, wordt afgewezen!
  • Niet publiceren, betekent ook niet geciteerd worden, dus een lagere IF, dus nog minder budget ….. Zij publiceren wel vaak in congresverslagen, maar die tellen weer niet mee.
  • De laatste naam van een lijst is vaak het hoofd van een instituut. Dat wordt gedaan om zo de IF van het instituut op te krikken. Volgens de richtlijnen mag dat niet: alleen auteurs die daadwerkelijk aan de totstandkoming van het artikel hebben bijgedragen mogen als auteur genoemd worden

Literatuur:

Crul BVM. Publiceren voor wie? (Hoofdredactioneel) Med Contact 1998;53(4):447

Polderman A. Schrijven om te mogen blijven. Natuur en techniek 1998;66(3):89-93

Stegmann J How to evaluate impact factors. Nature 1997;390:550

Visser HKA. Het belang van publiceren in Nederlandse wetenschappelijke tijdschriften met een extern beoordelingssysteem Nederl tijdschr geneeskd 1998;142:798-801

Oorspronkelijk gepubliceerd in:
Biomeditaties 1998 EAHIL nummer 17-19

Kun je Google Scholar gebruiken voor Bibliometrisch onderzoek

Google Citations toont in elk profiel wel citatiegegevens, maar kun je het echt gebruiken voor bibliometrisch onderzoek?
Met Harzing’s  Publish or Perish kun je wel wat bewerkingen uitvoeren maar het blijft oppassen geblazen.

De belangrijkste beperkingen van Google Scholar (en Citations) zitten hem in de kwaliteit en instabiliteit van de data: deze zijn niet altijd wetenschappelijk, onduidelijk uit welke bronnen,  zelf-citaties en doubletten komen voor, gebrek aan normalisatie en willekeur in ‘merging’ van documenten.

Nadelig is ook: een vaste sortering, 1000 documenten maximaal, gebrek aan woordcontrole en te weinig bewerkingsmogelijkheden, maar het allerergste is de onmogelijkheid tot downloaden van datasets.

Users, narcissism and control – tracking the impact of scholarly publications in the 21st century p 17-21

#emtacl10: Bramer over presentation articles

Scientific output on Erasmus MC website and the use of XML: An easy way to manage and standardise the presentation of department’s journal articles
Wichor Bramer
(Erasmus Medical Centre Library)

twitter - weblogpresentatie

Erasmus publiceert 3000 artikelen in 2009

Wacht niet tot de gebruikers naar je toe komen, maar volg ze.

Onderwijs is ook veranderd, bibliotheek is ook geen stiltekamer meer, je mag er eten en drinken, alleen geen mobiele telefoon gebruiken. (wel als je niet belt hoop ik ;-) )

  • Begin klein
  • bespaar tijd voor je klanten

De afdelingen verzamelen de artikelen in METIS: daar zit een financiële reden achter. Maar voor de website wilden ze ook lijsten hebben, en er zijn meer dan 100 afdelingen. Allerlei afdelingen deden dat anders, en vaak wilden ze er wel een Pubmed link achter hebben per titel dus dat was nogal tijdverslindend.   En bovendien zit je vast aan de beperkingen van je systeem.

De manier van uitvoer is waarschijnlijk gemaakt via Endnote, en daar kun je gebruik van maken. Voor de mensen die Word gebruiken kun je via hubmed een nette referentielijst krijgen.  Het is eigenlijk best een gecompliceerde handleiding geworden.

De zoekacties deden ze via Scopus omdat je daar authorIDs hebt, daarmee helpt de bibliotheek. Die worden uitgevoerd naar Endnote. Via Endnote krijg je dan een XML en XMLT om een website te genereren.

Uiteraard zullen de meeste mensen niet naar de website gaan voor deze lijsten, maar als je gebruikers dat nou willen, waarom zou je dat dan niet doen?

  • multiple pages  via 1 XML document
  • XSLT per jaar splitsen

Is dit nou een goed idee om te doen. Dat is natuurlijk wel een open vraag. het is wel inside out.
Doen we het op de goede schaal? dat kan misschien wel aangepast worden

In de toekomst:

  • extract XML data to database
  • generate researcher pages with automated publication lists
  • import XML data into Metis financial reward system

Goede vraag van Pascal: waarom geen zoekactie op auteur doen en daarvan een RSS op de site zetten?
Ant; via  Pubmed kun je niet alles vinden. (Blijkbaar kun je via EndNote geen RSS feeds genereren)

——————————–

Vraag van mij die ik niet gesteld heb: waarom geen database?
Of: via RefShare zou je links naar  folders (per afdeling bijv) online kunnen zetten

#emtacl10: RefMobile

The impact of going mobile: RefMobile
Martin Blomkvist
(ProQuest)

RefmobileWorking with RefMobileTwitter

Refworks is in 2009 met een mobiele versie begonnen; het paste in hun scala van ontwikkelingen.

Web-based systeem van referentie management, in mei komt de nieuwe lay-out online. De huidige ziet er inderdaad wat ouderwets uit.

Er zijn meer dan 3 miljoen gebruikers, en ze hanteren 9 talen. Geen van de concurrenten heeft nog een mobiele versie. 80% van hn gebruikers hebben een hogere opleiding.

De vraag was: voor welk platform gaan we ontwikkelen?  Maar 3% gebruikt iphone, daarnaast veel anderen Blackberry, dus een web platform was wel voor de hand liggend om alle gebruikers te kunnen bereiken.

Wat wil je gebruiken op een klein scherm zien / wat heb je ‘onderweg’ nodig?

  • folders
  • alle references kunnen zien
  • toevoegen van references via smart ADD: toevoegen via Pubmed ID. ISBN of zoiets
  • kleine notes kun je toevoegen

Ze verwachten een forse toename van het gebruik aan het einde van het jaar. Het is gratis voor RefWorks gebruikers.

Eind dit jaar komt er een iPhone app voor.

De groepscodes mag uitgegeven worden aan je eindgebruikers.

Mobiele app: RefWorks

RefWorks is ook in mobiele variant te krijgen: er zijn geen speciale apps voor, maar het werkt zowel op de iphone als op de  Android (en ook op een telefoon met en internet toegang). Je kunt de site benaderen via http://www.refworks.com/mobile/ : dan zie je ook meteen hoe hij overkomt op de mobiel.

Je moet altijd met de Groupscode inloggen. De mogelijkheden:

  • zoeken alleen de quick search, niet de advanced
  • references en attachments kun je bekijken
  • folders toevoegen
  • zoek / bekijk per folder
  • de notes kun  je toevoegen
  • de folders kun je bekijken, toevoegen en wijzigen
  • via SmartAdd kun je referenties zoeken en toevoegen

Wat niet kan zijn de connecties met Word onderhouden, sorteren, settings aanpassen, records zelf wijzigen e.d. Uiteraard kun je ook geen file inlezen: daarvoor heb je de ‘full-version’ nodig.

Toevoegen van referenties gaat via ‘SmartAdd:

With SmartAdd, users simply enter basic identifying information for a publication, such as ISBN number, digital object identifier (DOI) number, partial title, or author and publication year, and SmartAdd searches the Internet for the reference and import it to RefWorks..

Als je gegevens via auteur + jaar invoert, krijg je soms een aantal mogelijke titels waar je uit kunt kiezen.  Het kan wel voorkomen dat de gewenste titel er niet bij zit: -ook bij zoeken op DOI-  in dat geval moet je ze via de full-versie toevoegen. Het is mijn ervaring dat niet alle artikelen die bijv. in Scopus zitten ook op deze manier te vinden zijn: waar RefWorks de titels vandaan haalt is me niet helemaal duidelijk -ik vermoed uit een Proquest database- , maar als hij ze vindt, zijn ze wel erg compleet.

Het werkt goed. Indien  je een foutje maakt wordt je zoekboxje roodomrand.
In mijn  testen is er een lichte discrepantie tussen wat het systeem via de ‘Quick search’ in de ‘full-version’ vindt en wat hij vindt in de mobiele versie, maar eigenlijk bleek de mobiele de juiste resultaten te geven. Prima dus.

Zie verder info van RefWorks:

Bibliotheken – Publicaties in November 2009

Er is tegenwoordig meer aandacht voor de architectuur van de bibliotheek, dan voor de bestaansreden van de bibliotheek zelf, zoals Johan Velter in een verder wat merkwaardige post opmerkt.
Er was een prima NVB congres, waar Zijlmo en  ik life hebben geblogd,  de Presentaties staan online en er zijn overzichten van oa  Ecobibl, Tenaanval en BiepmiepleenLaikas heeft zelf een praatje gehouden en daarover geblogd. Er is wel veel geTwitterd (Blogparty), en dat voegde tijdens het congres echt wat toe, maar ik heb niemand gezien met een Poken.
We mogen best wat trotser op ons werk zijn zegt Ziijlmo terecht en roept op om, wanneer je iets post over je werk als informatiespecialist, dan de tag #infospec mee te geven. Want onbekend = onbemind, en wie snapt nog wat wij eigenlijk doen?. (De WordPress spellchecker vindt het zelfs geen goed woord: informatiespecialist)

Het rommelt erg, er is van alles aan de hand:

Bibliotheken / informatiespecialisten

Open access / wetenschap / data

the collection of essays expands on the vision of pioneering computer scientist Jim Gray for a new, fourth paradigm of discovery based on data-intensive science and offers insights into how it can be fully realized

most consumers (80%) say they wouldn’t bother to access newspaper and magazine content online if it were no longer free …  not even micropayments

‘one-size-fits-all’ information and data sharing policies are not achieving scientifically productive and cost-efficient information use in life sciences

Boeken / tijdschriften / kranten

Citaties

In het algemeen geldt voor de sociale en geesteswetenschappen dat boeken tegenwoordig even belangrijk zijn als twintig jaar geleden. Tijdschriftartikelen hebben de plaats van boeken niet ingenomen, omdat beide publicatieformaten uiteenlopende doelstellingen dienen. Een zorgwekkende waarneming is dat in alle vier disciplines de gemiddelde citaatleeftijd van boeken verouderd is, dit in tegenstelling tot tijdschriften waar de gemiddelde leeftijd gelijk gebleven is.

Databases

  • Na een poos weer eens Refworks opgestart en het viel me niet mee. Het ziet er eigenlijk niet mooi uit, en erger: tot drie keer aan toe een dagenlang durende storing …   De risico’s van cloud computing worden zo wel erg aanschouwelijk.
  • Mobile Search of IEEE Xplore ® Digital Library Now Available Ik hoop wel dat ze wat aan de performance hebben gedaan: hun gewone zoekmachine is al zo traag

In november: Google / zoeken en Twitter / web 2.0 overzichtspost

Bibliotheken, google en zoeken augustus 2009 overzicht

Hmm, merk dat de animo wat taant. Veel hypes laat ik maar voorbij gaan … Ben aanzienlijk minder aan ‘t twitteren geweest en sla veel feeds over: of was er echt minder interessants?
Stanislav heeft via Hyves de gemoederen in elk geval wel flink in beweging gebracht over de privacy / veiligheid op internet: na een paar weken werd het op non-actief gesteld, maar het was wel lachen.

Dit hou ik deze maand over:

Bibliotheek / tijdschriften / boeken

Citaties

  • APA heeft nu een zesde druk en dus moeten we gaan nalopen wat ze nu weer voor futiliteiten hebben gewijzigd en zien of we de filters in Refman moeten passen (pff).  300 pagina’s om te vertellen hoe je een lijstje referenties moet maken …  – en nog wat voorschriften – is toch een beetje absurd, je kunt je zelfs afvragen hoe goed het is als je het zo ingewikkeld gaat opschrijven
  • Mendeley lijkt een zeer interessante optie te worden: moet misschien nog ietsje verder ontwikkeld. Zie ook lifehacker
  • Tot mijn verbijstering kun je nog steeds niet gewoon een behoorlijke direct import doen vanuit Scopus naar RefMan, omdat Scopus alleen in Unicode downloadt en RefMan alleen ANSI inleest … slechte zaak!

Google

I enjoy the massacre of ads. This sentence will slaughter ads without a messy bloodbath.

Internet

Research / Wetenschap

Twitter

  • Twitter had deze maand last van een serieuze DDos: lange tijd bleven allerlei apps niet werken, en het versturen van textberichtjes via SMS lukte niet meer
  • RSS to Twitter is a tool to enable you the ability to send RSS Feeds to your Twitter Account. Ha, in no-time zijn ze er ook weer mee gestopt, jammer wel.
  • 100 Serious Twitter Tips for Academics
  • Een aantal twiteraars hebben ondervonden dat een grote hoeveelheid berichtjes ineens verdwenen was. Wil je ze bewaren, dan heb je hier 10 Ways to Archive Your Tweets (RWW) . Een daarvan is Twistory dat kan toegevoegd worden aan google calender: daarmee heb je meteen en backup van je tweets, en een zoekmachine erop. Nadeel is dat het bij inlezen  maar 1 maand teruggaat: benieuwd of-ie tweets die verdwijnen op de lange duur vasthoudt
  • De zoekmachine in Twitter Search zoekt trouwens maar 2 weken terug! Met recht Real time …
  • Maar dat geeft niet, want een maf onderzoekje zegt dat 40% toch maar pointless babble is, en 37%’ just conversational’ .. hoe zouden ze die uit elkaar houden?

Web 2.0

Zoeken

Scopus downloaden naar Reference Manager

Waarom lukt het nog steeds niet de diakritische tekens uit Scopus goed in te lezen in Reference Manager?

Ik mopperde er al eerder over, en kreeg toen eigenlijk nul op het rekest.  Je zou toch denken dat dat inmiddels is opgelost, maar dat is niet zo. Scopus heeft nu in de ‘help’ het zinnetje toegevoegd:

Older versions of EndNote, ProCite and Reference Manger are not supported because records are using UTF-8 encoding.

Kijk, dat geeft aan waar het probleem zit. ANSI (ASCI)  was eigenlijk lang de standaard voor de tekensets (letters en cijfers) maar ik zie dat dat overal  steeds meer omgezet wordt naar Unicode (of UFT-8). Voor de gewone letters en cijfers is dat niet zo’n probleem, omdat de eerste 256 karakters hetzelfde zijn, maar voor de diacrieten maakt het wel uit.

Scopus biedt nu de mogelijkheid tot ‘Direct export” en dat is heel plezierig: een zoekactie lees je zo meteen in een RefMan database in. Alleen mag je dan hopen dat er geen Franse (Duitse) auteurs, titels, of tijdschriften bijzitten,  want dan heb je een  probleem: een auteur als Côté bijv. is niet behoorlijk in te lezen.

Als Scopus nu de mogelijkheid zou bieden om te exporteren in ANSI formaat, of als RefMan bij de RIS importfilter aangeeft dat dat aan te passen is, was het opgelost. Maar dat doen ze niet.

Wat je nu moet doen is het export bestandje opslaan, openen in Notepad, bewaren als ANSI en daarna pas inlezen in RefMan.   Ook voor versie 11, de update die we niet zo lang geleden hebben aangeschaft. Dan gaat het wel goed, maar echt gebruikersvriendelijk is het natuurlijk niet.

EndNote is sinds versie 8 compliant met UFT-8, dus die heeft daar geen probleem mee:  RefMan en Procite wel. Het ziet er naar uit dat de leverancier RefMan aan het afbouwen is: 8 jaar geleden presteerde het beter dan EndNote, nu niet meer: zie bijv   Endnote X2 versus Reference Manager 12.

Wat te doen? Het was al zo moeilijk om onze ICT te overtuigen om RefMan in het netwerk op te nemen, omzetten naar Endnote , ai… En dan is er nog Refworks, maar dat is niet alleen aanzienlijk duurder, het geeft ook firewall problemen in de combinatie met Word. Zotero is ook geen optie, want ze zijn bij ons Windows-hooked, en Zotero is een firefox applicatie.

Nog even en we kunnen het misschien allemaal wel overslaan en naar Mendeley overgaan….

Juli overzicht

Bibliotheek

For Denmark, the United Kingdom and the Netherlands free access to scholarly materials could offer significant benefits not only to research and higher education but also to society as a whole. This has been calculated by Australian economist Professor John Houghton in studies which have taken place in these three countries on the costs and benefits of scholarly communication. He has now summarised these findings in a report commissioned by Knowledge Exchange, which is a partnership of the IT bodies from Denmark (DEFF), the United Kingdom (JISC), the Netherlands (SURFfoundation) and Germany (DFG).

  • Intimidated by library and librarian:  Too difficult to use -  Takes too long – Stereotypes
  • People do not think of the library as an important source of electronic information! :-(
  • What libraries can do: “Make library catalogs more like search engines…”

Citaties:

Google

Internet

Research

Twitter

Web 2.0

Zoeken

The web is alive with real-time information. So why search a stale archive? Collecta monitors the update streams of news sites, popular blogs and social media, so we can show you results as they happen. Give it a try.

... van die dingen dus … &  that’s not all there is to read  for a librarian who’s trying to stay informed …