Posted by: Dymphie | 4 december 2008

Meme: het dichtstbijzijnde boek

Wowter zei het al, en dan kun je niet achter blijven: het boek dat het dichtste bij ligt is, uiteraard,  de titel die ik net aan ‘t lezen ben:

Jose Carlos Somoza. De tijdschim. Oorspr titel ZigZag, uitgave 2008. Geleend van de bibliotheek, ik ben op pag 180.

De vijfde zin op pag 56: (ik neem aan dat dat niet regels maar  volzinnen zijn) is gelukkig maar kort:

Toen ze haar hoofd liet zakken, zag ze dat Maldonado hetzelfde had gevoeld.

Hum .. de meeste zinnen zijn eigenlijk vrij kort zie ik nu. Wel aardig boek tot nu toe: dat geknoei met de tijd vind ik altijd wel leuk. Doet heel klein beetje aan ‘De vrouw van de tijdreiziger’ denken.

De regels van de meme zijn simpel:

  • Neem het dichtsbijzijnde boek, nu meteen
  • Ga naar pagina 56
  • Vind de vijfde zin
  • Citeer die zin op je blog
  • Kopieer deze instructies onderaan de post
  • Zoek niet naar een goed boek, mooi boek, maar pak het dichtstbijzijnde

PS weet iemand waarom pagina 56?

Posted by: Dymphie | 3 december 2008

Produminderen

‘Produceer je eigen content?’ zie ik eigenlijk als centrale vraag van Essens2punt0 voor de 3e Blogkermis: van professioneel consument naar producent.

Euhhh…

Doe je als bibliotheek aan consuminderen? euhhhh… produmeerderen? euhhhh …

Ze maakt ‘t wel moeilijk. Echt publiceren doet mijn bibliotheek niet: in de zin van het faciliteren van proefschriften of artikelen van medewerkers, zoals bijvoorbeeld bij een universiteit soms wel gebeurt.
Daar komt bij dat veel van onze informatie vertrouwelijk is, dus dat zit allemaal achter de firewall.

Wat wij, als bibliotheek, eigenlijk alleen produceren, en dan intern met het oog op onze users,  zijn (in willekeurige volgorde):

  • handleidingen,
  • PPTs en instructies voor medewerkers (over programma’s als Reference Manager, Scopus en Psycinfo),
  • maandelijkse aanwinstenlijsten in de vorm van een elektronische nieuwsbrief,
  • tweets als externe nieuws voorziening, deels op basis van RSS feeds,
  • delicous-items ter attendering op grijze literatuur en websites,
  • weblog teksten ter informering over bibliotheek-gerelateerde onderwerpen, h-index, research, databases, tijdschriften e.d.,
  • e-alerts voor wetenschappelijke informatie: die produceren we niet zelf maar zenden we door,
  • dossiers (met alerts) over allerlei onderwerpen die onze medewerkers aangaan,
  • search alerts (meestal ook alleen maar opzetten en doorzenden)
  • wiki’s  voor de bibliotheek zelf en ondersteunend voor andere afdelingen,

maar echt produceren van content doen we dus niet :-) .

Posted by: Dymphie | 30 november 2008

November 2008 aan de hand van de Tweets

Sociale media worden steeds belangrijker: voor de verkiezingen in Amerika was in de Twitter community veel aandacht, een aantal verontruste NVB-leden heeft een wiki en NVB2.0 (yes!) opgericht, de Fobid studiedag was via Twitter en Ustream te volgen.

Gmail heeft thema’s ingevoerd: grappig is wel dat je een woonplaats moet invoeren en aan de hand daarvan een andere invulling van het thema krijgt: ‘bus stop’ is in Australië zonnig en in Amsterdam regenachtig ;-) .

November werd privé overheerst door het afscheid van onze hond Polly en verder door het gedoe op mijn werk over de toekomst van onze bibliotheek (zo’n langdurige onzekerheid is niet goed voor een mens).

Zo’n terugblik op de maand bevalt me wel, zie hieronder wat in de filter is blijven hangen en mijn kijk er nu op:

Bibliotheek

Google

Internet

Lezen / Wetenschap

Twitter

  • OpenID van myvidoop (voor Twitterfeed verplicht): vergeet niet om ‘this is my computer‘ aan te vinken bij het aanmelden, anders moet je steeds een registratiecode aanvragen
  • Twitter Gives Japan Groups, Turns Delete Off Briefly.  ReadWrite Web. Er was wat commotie over het (tijdelijk) niet kunnen verwijderen van Tweets: maar dat verwijderen heeft evengoed weinig zin, want je haalt ze alleen maar uit je eigen lijst. In de centrale database blijven ze aanwezig en ze zijn dan ook via Summize gewoon terug te vinden. Je kunt daarin wel niet verder terug dan 6 maanden, maar of dat zo blijft is onduidelijk.
  • Problogger klaagde erover dat zijn oude tweets weg waren: je kunt maar een beperkt aantal pagina’s terug in je eigen berichten: het maximum aantal pagina’s is 160: 3200 tweets per persoon. Of ze dan ook echt helemaal weg zijn is natuurlijk ook maar de vraag. Web 2.0 geeft een hoop rotzooi.
  • Qwitter is bad for everyone : Als je qwitter zoekt bij TwitterSearch zie je zo waarom het een slecht idee is: de meesten voelen zich minimaal onprettig na een mailtje dat iemand zich heeft afgemeld als follower. Niet doen dus!
  • Goede tips wat je wel en niet moet doen met Twitter gebruik Mashable
  • Tagthis makes information flow from Twitter to other webapps. Free your tweets! Overigens ben ik niet zo blij met Delicious meldingen in Twitter
  • 10 tips for Beginners who are just getting into Twitter, zie ook de ander Twitter tips van TwiTip

Web 2.0

Zoeken

Posted by: Dymphie | 27 november 2008

Gedrukt materiaal en het bibliotheek imago

Al jaren ben ik ben ik bezig om de gedrukte tijdschriften te vervangen door de elektronische versie. Voor mezelf had ik de beleidslijn vastgesteld dat ik wegdeed wat we ook digitaal hadden: wij ‘zijn’ weliswaar een wetenschappelijke bibliotheek maar hebben geen bewaarfunctie. In de loop van de jaren is de fysieke collectie steeds geslonken, en de digitale meer dan zoveel gegroeid, alleen: dat zie je niet.

Het merkwaardige gevolg daarvan is dat wat ik nu nog fysiek aanwezig heb, de aanblik van de bibliotheek bepaalt. En wat ik nog heb staan is vaak  ‘oude rommel’:

  • hele oude tijdschriften die nog niet gedigitaliseerd zijn
  • tamelijk incourante tijdschriften die helemaal niet gedigitaliseerd worden

We binden ook al jaren  niet meer, dus staan ze in mappen: het ziet er dus eigenlijk ook niet uit.

Wat we wel veel aanschaffen zijn boeken: ik werk in de interdisciplinaire hoek maar voornamelijk gamma-gericht, en daar is de e-book trend zeker niet aanwezig. Die boeken collectie heeft dus steeds meer ruimte nodig.

Laatst suggereerde een manager me dat de aanblik van die ‘oude troep’ nogal negatief was voor de bibliotheek… en eigenlijk heeft hij daar wel gelijk in. Dat straalt bepaald geen dynamisch, flitsend en modern beeld uit, daaraan zie je eigenlijk niet af hoe je je als bibliotheek wilt profileren!

Frustrerend is wel dat het meeste wat ik doe digitaal is, maar dat kun je dus niet zien, als je niet naar de bibliotheekpagina’s op het intranet wilt kijken ….

Tsja,  als die ‘oude troep’ inderdaad ons imago nog meer naar beneden haalt, dan moet ik misschien toch maar alle oude tijdschriften wegdoen, voor de tijd me inhaalt: handen uit de mouwen en hopen dat het IBL opvangt waar we zelf geen toegang meer toe hebben.

Posted by: Dymphie | 24 november 2008

Afscheid van bobtail Polly

Vandaag, een dag na haar 9e verjaardag hebben we onze OES (Old english sheepdog ofwel Bobtail)  Polly moeten laten inslapen. Ze had een tumor in de streek van haar lever / alvleesklier en die drukte een aantal gangetjes dicht.
Ze is nooit ziek geweest eigenlijk, maar deed al een paar maanden een beetje moeilijk met eten, en pas het laatste weekend werd ze echt ziek.

Op 23 november 1999 werd Polly geboren: als tiende pup in het nestje van Dafne of the Naugthy Woolsacks. Onze hond Bonnie was een paar maanden daarvoor op 10jarige leeftijd overleden, en we misten haar erg. Onze andere bobtail Gwenny (van 4) was erg lief en grappig, maar toch … we wilden er graag weer een tweede bij.

Meteen bij de geboorte moesten we er een uit het nestje uitzoeken, want we wilden niet dat de staart gecoupeerd werd:  een belachelijk gebruik dat toen nog mocht. Maar dus niet van onze hond! Dus kozen we de dikste pup van het nest, en de langzaamste, en zij was de enige die haar staart mocht houden. De andere pups in dat nest vonden dat geweldig: die hingen bij het spelen steeds aan haar staartje.

Na 8 weken mochten we haar meenemen en kwam ze bij Gwen: en die vond het maar niks, zo’n jonkie. Jaloers was ze niet, maar ze vond het ver beneden haar waardigheid en negeerde Pol volledig.  Ze heeft zich eigenlijk nooit veel aan Polly gelegen laten liggen, maar Pol daarentegen keek altijd eerst naar wat Gwen nu weer deed, want Gwen had goede ideeën (bv waar kon je wat lekkers vinden), en Pol volgde wel.

Polly was voornamelijk lief en altijd vrolijk, een meeloper. Toen Gwen een paar jaar geleden overleed was Polly van slag: ze werd steeds magerder, ondanks dat ze wel bleef eten, en het zag er niet goed uit zei de dierenarts. Het schijnt bij dit ras wel vaker voor te komen dat ze wegkwijnen van verdriet. Eigenlijk was ze ook nooit alleen geweest.

Wij dus op zoek, en dat viel nog niet zo mee, want bobtails zijn niet zo heel erg in de mode meer en er was nergens een nest te vinden. We hadden al ervaren dat deze honden niet zo oud werden, dus wilden wel graag een jonge hond.
Toen we een fokker bij de grens belden, zochten die net een herplaatsingshuis voor een hond van een half jaar waar niet mee gefokt mocht worden. Zo kwam Steffi bij ons.  Een paar dagen was dat wat moeilijk, maar al snel werden ze dikke vriendinnen en onafscheidelijk.

Pol was een van de weinig honden die kon lachen: dan trok ze haar lippen in een vriendelijke ’smile’ op, en kwam met een scheve kop op je af, wat mensen die het kenden vertederden en anderen de stuipen op het lijf joeg. En ze wilde alleen maar even een aaitje, want ze was bijzonder sociaal.

Ze ging met Gwen en later met Stef regelmatig uit logeren bij mijn zus en zwager, bijv op knuffelweekend, en daar waren ze kind aan huis. En als ze een van die twee zag, ging ze uit haar bol van blijdschap.

Er zat totaal geen agressie in haar, ze was altijd vriendelijk en vrolijk en met iedereen goede maatjes, maar ze liet zich ook de kaas niet van het brood eten. Jaloers was ze wel: zowel Gwen als Stef mochten van haar met niemand anders spelen. Dat was weleens jammer als je een andere jonge hond tegenkwam die wel een rondje wilde hollen.

Polly heeft tot het einde van haar leven goed kunnen wandelen, en dat hebben we dan ook veel gedaan: ze mocht ook overal mee naar toe en ik vlei me met de gedachte dat ze een goed leven heeft gehad.
Polly op haar beurt heeft ons ook veel gegeven en we zullen haar erg missen.

Posted by: Dymphie | 22 november 2008

Gelezen: Shirky Iedereen

Jeroen zette met op het spoor van het nieuwe boek van Clay Shirky: Iedereen: Hoe digitale netwerken onze contacten, samenwerking en organisaties veranderen‘, de vertaling van ‘Here comes everybody‘. (Boekaankondiging tgv Picnic 08)

Shirky is een bekend schrijver over internet zaken, anderhalf jaar geleden heb ik van hem Ontology is overrated gelezen. Een van de topics daarin was ‘Tags’: door dat artikel bedacht ik dat het misschien wel niet zo erg is wanneer sommigen Paddestoelen zeggen, anderen Paddenstoelen, Mushrooms of Fungi,  laat staan dat Tag systemen een ‘explode’ functie kennen. De meesten willen immers helemaal niet alles over iets vinden, en als je op zoek bent naar homosexuality leg je misschien wel een andere nadruk dan wanneer je zoekt naar gay.

Enfin: nu over de digitale netwerken.
ManagementScope vond het boek tergend oppervlakkig, maar ik vond het heel aardig. Hij schrijft heel vlot leesbaar, met een aantal smeuïge voorbeelden.

Wat termen:

  • de ‘long tail‘ komt voorbij,
  • de disbalans (velen dragen heel weinig bij, een paar wat middelmatig, een enkeling heel erg veel),
  • herdefiniëring van nieuws,
  • iets wat niet efficiënt is kan nog wel effectief zijn,
  • zekerheden van de institutie tegenover waarschijnlijkheid van de grote aantallen,
  • betrokkenheid,
  • nieuwe technologie verandert karakteristieken van oude instituties,
  • revolutie ontstaat doordat maatschappij nieuw gedrag aanleert,
  • six degrees of separation‘ (2 willekeurige mensen zijn doorgaans maar 6 stappen van elkaar verwijderd),

Groepsvorming is iets wat mensen van nature graag doen, en als ze bij elkaar zijn gaan ze communiceren en delen, en al snel ontwikkelen zich afspraken.  Door de systemen van tegenwoordig kunnen snel grote groepen gevormd worden: van mensen die op een bepaald moment al dan niet toevallig bij elkaar zijn (op het moment van de bomexplosie in Londen bijv.), of die een speciale interesse hebben, waar ze zich dan ook bevinden. Vervolgens kunnen die spontaan wat samendoen: foto’s op het internet zetten, of via weblogs met elkaar over allerlei zaken communiceren. De techniek levert slechts het podium: hoe meer je invulling vrijlaat, hoe beter het verloopt, wat bijv te zien is aan Wikipedia. Al te strakke sturing levert eerder mislukking op dan dat dat het proces verbetert: via de digitale organisaties van nu gebeuren er zaken zonder dat het geld kost, en die je als officiële organisatie nauwelijks tot niet voor elkaar zou kunnen krijgen, als je het al zou willen/ kunnen opbrengen.
Mensen willen graag hun krachten bundelen om iets te veranderen in de wereld, en de reikwijdte van de communicatiemiddelen maakt dat eenvoudig en goedkoop mogelijk: sociale techniek neemt barrières weg. En gedeeld bewustzijn maakt dat mensen sneller en effectiever kunnen samenwerken.
Het gemak waarmee nu groepen gevormd worden heeft ook verliezers. Er zijn mensen die hun baan verliezen bijvoorbeeld, maar vaak worden er ook weer -vaak meer zelfs- nieuwe gecreëerd en er is verlies van controle door reactionaire regimes (hoe erg is dat), maar de negatieve aspecten van de vrijheid worden ook versterkt: pro-ana’s, terroristen en criminelen kunnen ze ook gebruiken.

Meer is anders‘: het informatieaanbod is gigantisch, en meer is niet zozeer minder, zoals sommigen zeggen, maar anders, er treden andere mechanismen in werking.  Een gradueel verschil in informatie delen wordt zo groot dat het een principieel verschil wordt, en het economisch effect daarvan is enorm. De groei van netwerken en groepen is onvoorstelbaar groot en snel geworden: iedereen is nu deel van de wereld als geheel geworden, en niet meer zoals voor 2002 onderdeel van een beperktere lokale gemeenschap.
Wikipedia is een proces, geen product, en werkt alleen door de grote getallen. (Doet me ook een beetje aan de Foundation van Asimov denken.)
Een van de belangrijke veranderingen in de huidige wijze van publiceren zit hem in de wijziging van het tijdstip van filtering: wanneer de techniek de beperking oplegt, ligt het moment van filtering voordat iets gepubliceerd wordt, maar wanneer dat niet meer het geval is en iedereen zelf kan publiceren, ligt de filtering na de publicatie.
Over dat filteren heeft hij pas nog heeft hij een aardige presentatie bij Web 2.0 Expo NY gehouden It’s Not Information Overload. It’s Filter Failure. In dit boek heeft hij het over de ‘amateurisering’ van het filteren: misschien ligt daar voor de bibliotheek nog wel een taak.
Een van de zaken die je hierbij ook in de gaten moet houden, is dat je wel van alles op het net kunt lezen, maar dat het niet aan jou gericht hoeft te zijn: dat kunnen filteren -negeren van wat niet je interesse heeft-  is essentieel.  De meeste mensen lezen ook geen krant van artikel 1 op pagina 1 tot het einde, maar kiezen er stukjes uit.

Door de technische wijzigingen vallen de professionele categorieën uiteen: net zo als we ook geen  ‘kopiisten’ meer nodig hebben om boeken te vermenigvuldigen, zullen bepaalde beroepen ook overbodig worden.  Of zal het belang daarvan anders worden. Het effect daarvan treedt niet meteen na het ingaan van een nieuwe techniek op, maar pas na verloop van tijd.  Dat gaat met name voor de journalistiek op - wat is nog de definitie van een journalist -  maar misschien ook wel voor de bibliothecarissen …

Als technieken vanzelfsprekender worden, worden ze onzichtbaarder: bijna iedereen rijdt auto, maar de meesten houden zich niet bezig met hoe een verbrandingsmotor werkt. Nu groeit er een generatie op die geheel doordrenkt is van de aanwezigheid van de digitale netwerken: zij kunnen zich op den duur niet meer voorstellen dat dat ooit anders was, net zomin als wij ons nog nauwelijks een maatschappij zonder telefoon zouden kunnen voorstellen. Hoewel die niet echt onzichtbaar, laat staan onhoorbaar is ;-) .

Elkaar willen ontmoeten is zinvol en leuk: ten onrechte dacht men aanvankelijk dat je door communicatie mogelijk te maken de wens tot reizen zou vervangen: dat is niet zo. Videoconferencing zal nooit alle live bijeenkomsten vervangen en internet is geen vervanging van je sociale leven, maar een versterking ervan. Het is zelfs zo dat er via internet groepen of acties ontstaan van mensen die elkaar juist IRL willen ontmoeten. Soms alleen voor de grap of de gezelligheid -denk aan de flashmobs- maar die techniek kun je ook inzetten als politieke actie: denk aan de arrestatie van de ijsjeseters.
Verder willen Twitterati elkaar nog weleens ontmoeten en heb je de site Meetup waar mensen uit allerlei groepen elkaar kunnen vinden.

Via de vriendenlijnen van sociale netwerken, de zgn ‘kleine-wereldnetwerken‘ -die zowel filters als versterkers van communicatie zijn- kun je  het ‘prisoners’ dilemma‘ verkleinen, omdat je meer reden tot vertrouwen in elkaar hebt en gemakkelijker sociaal kapitaal kunt opbouwen en daarmee een ’schaduw van de toekomst’ kunt creëren.

Het gemak en de lage kosten maken het experimenteren ook gemakkelijk: heel veel mislukt, maar dat geeft niet, ook niet voor de bedrijven die het faciliteren. Wat ze overhouden is heel veel gratis ‘Trail and error’: ergo kwaliteitscontrole, marktonderzoek. We voorzien op deze manier ook allerlei bedrijven met informatie als: degenen die dit-en-dat leuk vinden, houden daar-en-daar ook van.
Open software projecten, waarvan Linux een maatstaf is geworden, zijn heel populair: de grootste verzameling staat op Sourceforge.net. Ook daar weer: een paar succesnummers, maar driekwart wordt helemaal nooit gedownload. De bedreiging voor de gevestigde bedrijven zit hem er juist in dat open software projecten zo goed zijn in mislukken ;-) . Commerciële bedrijven neigen naar veiligheid en bannen daarmee echte creativiteit uit: voor open sociale systemen geldt dat bepalen wat je wilt proberen duurder is dan het zomaar doen.  Goldcorp (Edwin Blom kwam daar ook mee op de OCN) is een traditioneel bedrijf dat het over een andere boeg gooide en daarmee uit de problemen kwam. Veel waardevolle projecten blijven door de hoge transactiekosten onder de ‘vloer van Coase’.
Ook hier weer de macht van de getallen: als er maar genoeg mensen meedoen kan van alles, ook het meest onwaarschijnlijke, geprobeerd worden en kunnen exceptionele successen ontstaan.  Maar bedrijven nemen om hun productie te maximaliseren (80/20 regel) de ‘regelmatige middenmoot’ aan, en wijzen wisselvallige genieën af.
Wat mislukt verdwijnt snel, maar een succesvol gemeenschappelijk project kan even duurzaam zijn als een commercieel bedrijf.

Succes voor een sociale techniek, of een groep, is een gunstige mix van drie:

  1. geloofwaardige belofte (Waarom),
  2. effectieve techniek (Hoe) en
  3. redelijke afspraak (Waarheen) met gebruikers, of tussen de gebruikers onderling.

De belofte moet niet extreem de ene of de andere kant op zijn, maar moet mensen overhalen om deel van de groep te willen uitmaken. Dat kun je doen door het eerst aantrekkelijk voor het individu te maken en de waarde voor de groep als geheel volgt daarna vanzelf (zoals bij Delicious), of de groep in kleinere clusters splitsen: zodat je kleine kernen vormt in een groot netwerk (MySpace). Veel projecten stranden al op de belofte.
De techniek (Tool) moet afgestemd zijn op het groepsgedrag: als de belofte aantrekkelijk is, maar de techniek niet goed gekozen lukt het nog niet. Het verrassende is dat veel technieken helemaal niet zo nieuw zijn: de belangrijkste toepassing van een techniek komt vaak pas als iedereen ze al kent.
De belofte en techniek moeten effectief zijn, maar het succes staat of valt met het feit of de afspraak redelijk is (denk aan de mislukking Encarta enerzijds en de Diggrevolutie anderzijds). Groepen kunnen zo groot en machtig worden dat hun eisen ingewilligd moeten worden, wil de dienst blijven bestaan.

Om vandalisme tegen te gaan heb je toezicht nodig: in geval van Wikipedia is dat toezicht er bijvoorbeeld door iedereen en omdat de groep zo groot is, kost het veel meer werk om onzin te verkondigen dan om dat weer recht te breien. Bij eBay wordt dat toezicht gevormd door het waarderingssysteem waarmee je reputatie staat of valt.

Binnen een groep is er een spanningsveld tussen tevredenheid en effectiviteit: als een groep het langer dan een jaar uithoudt, is er een redelijke kans dat deze het nog heel wat langer volhoudt, maar uiteindelijk gaat elke groep ter ziele. En als dat gebeurt dan gaat het snel: omdat het moeilijk is die mix van drie goed te krijgen en houden.

De verwachting is dat er over de gehele wereld meer groepsvorming zal optreden en de netto resultaten daarvan kun je als meer positief dan negatief beoordelen, afhankelijk van je instelling. Maar dat er zich een fundamentele wijziging in het intellectuele klimaat aan het voltrekken is, en een toename van vrijheid, is evident.

Inhoudsopgave:

  1. En wie breng je daarvoor mee?
  2. Delen versterkt de gemeenschapszin
  3. Iedereen kan publiceren
  4. Eerst publiceren, dan filteren
  5. Waar persoonlijke motivatie en gezamenlijke productie samenkomen
  6. Collectieve actie en institutionele barrières
  7. Sneller en sneller
  8. Sociale dilemma’s aanpakken
  9. Onze middelen aanpassen aan een kleine wereld
  10. Mislukken kost niets
  11. Belofte, techniek en afspraak
Posted by: Dymphie | 21 november 2008

Issues in Science and Technology Librarianship fall 2008

Weer veel aardige artikelen in ISTL (Open Access) o.a.:


Science Experiments: Reaching Out to Our Users
by Maureen Nolan, Lori Tschirhart, Stephanie Wright, Laura Barrett, Matthew Parsons, and Linda Whang, University of Washington and Dartmouth College

Web 2.0 as Catalyst: Virtually Reaching Out to Users and Connecting Them to Library Resources and Services
by Norah Xiao, University of Southern California

An Undergraduate Science Information Literacy Tutorial in a Web 2.0 World
by Jeanine Marie Scaramozzino, California Polytechnic State University

Chat Widgets for Science Libraries
by John J. Meier, The Pennsylvania State University

Making Research Guides More Useful and More Well Used
by Michal Strutin, Santa Clara University

Geospatial Technology Support in Small Academic Libraries: Time to Jump on Board?
by Carrie M. Macfarlane and Christopher M. Rodgers, Middlebury College

Podcasting the Sciences: A Practical Overview
by Eugene Barsky and Kevin Lindstrom, University of British Columbia

Dissertation Citations in Organismal Biology at Southern Illinois University at Carbondale: Implications for Collection Development
by Jonathan Nabe and Andrea Imre, Southern Illinois University

An Old Fogey Looks at the Reference (R)Evolution
by Linda Shackle, Arizona State University

en verder natuurlijk boekbesprekingen en andere artikelen

Posted by: Dymphie | 16 november 2008

Facebook is hard werken

De oogst van vandaag en een paar dagen eerder. De meeste van die zaken vergen vaak ook het installeren van een programma(atje) …  ;-) :

facebook

Posted by: Dymphie | 16 november 2008

Licentie informatie via Rightslink

Pas geleden zag ik dat je tegenwoordig vanuit ScienceDirect op artikel (beschrijvings) niveau een ‘Permissions & Reprints’ link hebt die naar ‘Rightslink‘ leidt. Rightslink is een onderdeel van het Amerikaanse Copyright Clearence Center (CCC):  een club die meer dan alleen Elsevier als klant heeft. rightslink

Rightslink is an easy-to-implement point-of-content licensing solution for publishers and content users

Toen ik voor een van onze onderzoekers naging wat hij mocht doen met welk tijdschrift, kon ik daar van elk tijdschrift waar ik op dat moment naar zocht informatie over vinden.

Via deze site kun je vragen om toestemming tot hergebruik van een illustratie, een tabel of een stuk tekst,  maar ook om een of meer reprints.
Er zijn bibliotheken, las ik in LibraryConnect, die deze optie in plaats van IBL gebruiken als document delivery systeem: de kosten die daaraan verbonden zijn, zijn waarschijnlijk dezelfde als die wanneer je een artikel bij de site van de uitgever besteld. *

With Rightslink, you can enhance existing revenue streams and create new ones by monetizing the value of your content. Rightslink provides your customers with a quick and easy way to get permission to reuse content, order reprints and purchase published works from wherever the content resides. Rightslink processes the entire transaction without the customer ever leaving the point of content.

Delen van het werk hergebruiken
De uitgever kan bij elk tijdschrift een link op zijn website zetten, en de aanvrager kan via een aantal stappen achterhalen wat er mag, en wat het kost: zie hier de demo hoe het dan werkt.

1 niet eigen illustratie hergebruiken

Een voorbeeld is bijv het vragen om toestemming tot hergebruik van een Ingezonden brief uit een Nature tijdschrift in een andere ‘Newsletter’: dat kost je $ 600.00.

Je kunt meteen na betaling de licentie downloaden; dat is wel handig.

Het hergebruiken van een enkele illustratie in een ander tijdschrift kan wel gratis zijn,  (bijv. als je zelf de auteur bent) maar je hebt evengoed wel die toestemming nodig, en die heb je dus met deze methode meteen gekregen.
Ben je de auteur niet, dan kan het wel wat kosten (zie fig).
(Zie ook de STM richtlijnen over hoe het zit met de ‘permissions’.)

Reprints aanvragen

Via dit systeem kun je op diverse manieren reprints aanvragen: je krijgt ze binnen 24 uur geleverd. Ze kennen 4 soorten orders: ik moet zeggen dat het op het eerste gezicht niet duidelijk is wat wat is, want in alle gevallen gaat het om vele tientallen reprints. Wat je wel goed kunt zien is dat het aardig prijzig is.

  • commercial /custom (een methode om bijv 100 reprints met bepaald logo of disclaimer te bestellen)
  • digital (hiermee kun je rechten kopen om een artikel op je eigen website te plaatsen. Dat mag tot maximaal 1 jaar en in het voorbeeld kost het  $1.000 voor een half jaar)
  • author (als auteur kun je zo een aantal reprints van je eigen artikel aanvragen).
  • primary sale order: dit is een eenmalig koop van een los artikel, bij het artikel zelf vaak aangegeven als ‘Purchase article’ in het voorbeeld kost het $ 14.00

Betalen
Een belangrijk onderdeel van het geheel is natuurlijk het betalen. Als je via Elsevier op Rightslink komt, kun je klikken op ‘create an account’ en daarmee kun je je individueel aanmelden als klant. Dan moet je wel je creditcardgegevens invullen.
Informeren naar de rechten per artikel is wel gratis, maar zonder account kun je die niet krijgen of afkopen natuurlijk.

Het is wel handig dat al die gegevens zo bij elkaar staan, en dat het mogelijk is om tamelijk snel de licentie tot hergebruik te verkrijgen. En dat het commercieel is … tja dat verbaast ons toch niet echt?

Zie verder:

* Aanvulling 17 nov: ik dacht gelezen te hebben dat er bibliotheken waren die dat inzetten ipv IBL maar daar vergis ik me in: Rightslink is geen document delivery systeem.  Je kunt wel afzonderlijke artikelen bestellen via creditcard meestal via de optie ‘ Purchase article’ .

Posted by: Dymphie | 16 november 2008

Sociale netwerken versnipperen reacties

Bij heel wat sociale netwerken heb ik me aangemeld, vnl om te kijken hoe het werkt. Plaxo Pulse was eigenlijk de eerste ’sociale aggregator’ die het je mogelijk maakte om veel elementen uit diverse programma’s  weer bij elkaar te brengen: zo kreeg je een stroom gegevens met de Flickr, Twitter, Delicious etc gegevens van jou en die van je vrienden. Ik was daar aanvankelijk heel enthousiast over, maar tegenwoordig doen ze dat bijna allemaal. En eerlijk gezegd is de stroom van alle gegevens van iedereen ook bijna niet meer te behappen: ik kijk bijna nooit meer naar Plaxo.

De meeste hebben ook een optie ‘ Wat ben je nu aan het doen?’: dat heet dan WWW (Hyves), of Status Update (Facebook) etc. Dat werd zo aardig gevonden dat een paar slimmeriken daar op insprongen en met een eigen optie ‘Twitter’ begonnen die alleen maar over de vraag ‘wat ben je nu aan het doen’ ging.  Door de eenvoud van het systeem en het scala aan toepassingen is het een enorm succes geworden.

Maar als je dan meerdere sociale netwerken hebt, moet je ook steeds daar weer je actuele status invoeren, dus kun je Twitter ook invoeren in die status, met enig gedoe lukt dat. Dan hoef je niet steeds weer die opties bij te werken. (Ik krijg er trouwens wel klachten over: als je Twitter voor veel zaken tegelijk gebruikt, overspoelt het de oude, wat statischere WWW van Hyves bijv wel.)

Het gevolg van een en ander is wel dat je nu overal driekwart complete netwerken hebt, want niets voert echt alles in: in Facebook zie je bijv geen replies die jijzelf op een Tweet (Twitter bericht) geeft / krijgt. Een ander minpuntje ligt bij de reacties: er zijn eigenlijk geen systemen die ik ken die ook de reacties en commentaren van anderen invoeren / laten zien. Het wordt nog ingewikkelder doordat je via Twitterfeed bijv Delicious en Blog items (alles wat een RSS heeft) automatisch in je Twitteraccount kunt (laten) invoeren…

Reacties
Web 2.0 wordt gekenmerkt door interactie, dus bijna overal kun je op een itempje reageren, maar die reacties worden meestal niet meegenomen in die aggregators. Erger: systemen als Plaxo en Facebook staan ook weer eigen reacties toe op items van andere origine. Zo kun je krijgen:

  • in Plaxo commentaar op je Flickr foto’s
  • in Hyves reacties op je blogposts
  • in Facebook reacties op je Tweets
  • In … reactie op … via Twitter

Maar bij het origineel van resp Flickr, je blog en Facebook staan die reacties weer niet. Nu is dus echt nergens meer een plaats waar je al die items bij elkaar hebt ;-) . Geen halszaak, maar het stoort me.

Bij FriendFeed heb ik me ook aangemeld, maar dat zet ik maar even op een laag pitje: misschien is dat de oplossing, maar misschien ook niet. Nog een erbij is me even teveel :-) .

Oudere Berichten »

Categorieën